Over Pieter

Pieter is sinds 2007 als advocaat verbonden aan La Gro. In de periode 2019-2021 heeft hij als managing partner (mede) leidinggegeven aan de onderneming. Vanuit zijn ervaring als advocaat en bestuurder, staat hij ondernemers bij in fusies en overnames, aandeelhoudersgeschillen, governance trajecten en overige strategische trajecten. Pieter geeft leiding aan het team Corporate en M&A. Daarnaast geeft hij leiding aan het team Europees recht (Aanbestedingsrecht, Mededingingsrecht en Staatssteun). Pieter zegt waar het op staat, bepaalt de strategie en regelt zaken voor u.

Specialisaties

  • Ondernemingsrecht
  • Europees recht
  • Aanbestedingsrecht
  • Mededingingsrecht
  • Staatssteun

Achtergrond en nevenactiviteiten

  • 2007, Universiteit Tilburg, ondernemingsrecht
  • 2012, Grotiusopleiding, Europees en Nationaal Aanbestedingsrecht (cum laude)
  • 2015, Grotiusopleiding, Aanbestedingsrecht (vervolgopleiding)
  • 2018, Grotiusopleiding, Fusies & Overnames
  • 2022, Grotiusopleiding, Mededingingsrecht (cum laude)
  • Diverse advies- en/of bestuursfuncties en commissariaten in familie-vennootschappen, (semi)publieke sector én bedrijfsleven

Recente dossiers

  • Ondernemingsrecht: opstellen van en advisering met betrekking tot verschillende typen contracten (joint ventures, overnames, aandeelhoudersovereenkomsten), procederen en adviseren in ondernemingsrechtelijke geschillen (aandeelhoudersgeschillen, vernietiging besluitvorming), advisering ten aanzien van distributie-, agentuur-, franchise- en inkoopovereenkomsten;
  • Aanbestedingsrecht: bijstaan van overheden en aanbestedende diensten en ondernemingen (inschrijvers) in aanbestedingsrechtelijke geschillen, alsmede advisering in het kader van aanbestedingen, gebiedsontwikkeling, gronduitgifte, waarbij indien van toepassing mede staatssteunrechtelijk wordt geadviseerd;
  • Mededingingsrecht: bijstaan en begeleiden van cliënten in geval van handhaving en toezicht door de Autoriteit Consument & Markt (ACM), advisering ten aanzien van concentraties en andere (samenwerkings)overeenkomsten (distributie-, agentuur-, franchise- en inkoopovereenkomsten), advisering ten aanzien van de Wet Markt & Overheid;
  • Staatssteunrecht: bijstaan en adviseren van (semi-)overheden en ondernemingen op het gebied van staatssteun, onder andere bij de aan- en verkoop van gronden, financieringsconstructies, publiek-private samenwerking en gebiedsontwikkeling, het aanmelden van steunmaatregelen of klachten bij de Europese Commissie, bijstaan van partijen bij onderzoeken door de Europese Commissie;
Contactgegevens
mr. P.B.J. (Pieter) van den Oord

Advocaat | Partner 

Mededinging en EU | Aanbestedingsrecht | Corporate Advisory & Litigation

Bel Pieter van den Oord

Artikelen van Pieter van den Oord

La Gro – Pieter van den Oord
Pieter van den Oord
Advocaat
La Gro heeft de aandeelhouder van Pruis Orthopedie geadviseerd bij de verkoop van alle aandelen aan Ortho Dev Nederland, onderdeel van de bredere internationale Eqwal Group.
La Gro heeft Pruis Orthopedie juridisch bijgestaan bij de verkoop van aandelen aan Ortho Dev Nederland, een dochteronderneming van Eqwal. Het team van La Gro heeft Pruis Orthopedie gedurende het gehele proces ondersteund. Pruis Orthopedie, opgericht in 1932, is een gevestigde naam in de regio en gespecialiseerd in de productie van hoogwaardige inlegzolen, aanpassingen aan regulier schoeisel en (semi-)orthopedische schoenen. Het bedrijf staat bekend om zijn vakmanschap, kwaliteit en persoonlijke service. De Eqwal Group biedt een breed scala aan orthopedische oplossingen. Door deze transactie versterkt en breidt de Eqwal Group haar aanwezigheid in de regio Stedendriehoek (Apeldoorn, Deventer en Zutphen) verder uit. Pruis Orthopedie blijft voorlopig onder haar eigen naam opereren. Contact Het team van La Gro dat de aandeelhouder van Pruis Orthopedie adviseerde, bestond uit Pieter van den Oord, Patrycja Chelmiak en Fardau Talsma. Voor hulp of vragen kunt u contact met hen opnemen of met een van onze specialisten van het fusie- en overnameteam.
La Gro – Pieter van den Oord
Pieter van den Oord
Advocaat
La Gro adviseert Bakkerij Visser B.V. bij joint venture Huis van Bakkers
Het M&A-team van La Gro heeft Bakkerij Visser B.V. begeleid en geadviseerd bij het aangaan van een strategische joint venture met Bakker Goedhart en Bakkerij BACU onder de naam Huis van Bakkers. In deze nieuwe onderneming bundelen de drie bakkerijen hun krachten om voor supermarktketen Jumbo de landelijke productie en levering van dagvers brood te verzorgen. Binnen de joint venture Huis van Bakkers werken Bakkerij Visser, Bakker Goedhart en Bakkerij BACU samen aan de landelijke levering van dagvers brood aan de ruim 700 Jumbo-winkels in Nederland en België. Door ervaring en vakmanschap te combineren met schaal en efficiëntie, bouwen de drie bakkerijen aan een sterke en overzichtelijke keten voor dagvers brood. Zo ondersteunt Huis van Bakkers Jumbo in haar ambitie om klanten elke dag beter te bedienen op het gebied van smaak, kwaliteit, beschikbaarheid en duurzaamheid van vers brood. Voor Bakkerij Visser markeert de joint venture een nieuwe fase in de langdurige samenwerking met Jumbo. De Alphense bakkerij – al ruim honderd jaar actief en dagelijks leverancier van vers brood – blijft ook in deze nieuwe vorm een betrouwbare broodpartner voor Jumbo. De juridische structurering van de joint venture, de afspraken tussen de aandeelhouders en de samenwerking met Jumbo zijn namens Bakkerij Visser B.V. begeleid door het team fusies & overnames van La Gro, waaronder Pieter van den Oord, Gerben Barendregt, Arnout Koeman en Reinoud van Ginkel. Contact Voor meer vragen kunt u contact opnemen met Pieter van den Oord, Reinoud van Ginkel, Gerben Barendregt of een van onze andere specialisten van team fusies & overnames. Zij staan u graag te woord.
La Gro – Pieter van den Oord
Pieter van den Oord
Advocaat
La Gro adviseert Prodeba bij overname jeugdzorgactiviteiten Stichting Maatwerk Autisme (MAG) in Maassluis
La Gro heeft Prodeba juridisch begeleid bij de overname van de jeugdzorgactiviteiten van Stichting Maatwerk Autisme (MAG) in Maassluis. Per 1 januari 2026 is Prodeba verantwoordelijk voor de zorg aan jeugdigen in Maassluis. Door deze transactie kan de specialistische ondersteuning voor kinderen en jongeren met autisme in de regio ononderbroken worden voortgezet. Stichting Maatwerk Autisme blijft als zorgaanbieder actief voor zowel jeugd- als volwassen cliënten. In het kader van de herinrichting van de zorg in Maassluis wordt de ondersteuning van volwassen cliënten ondergebracht bij Wmo Maatwerk, onderdeel van Ipse de Bruggen. Prodeba en Wmo Maatwerk blijven nauw samenwerken om de zorgverlening in Maassluis verder te versterken en de overgang voor cliënten zo soepel mogelijk te laten verlopen. Een groot deel van de medewerkers die betrokken zijn bij de jeugdzorg in Maassluis maakt de overstap naar Prodeba. Daardoor blijven kennis, ervaring en vertrouwde gezichten voor cliënten en hun gezinnen behouden, wat bijdraagt aan continuïteit en stabiliteit in de zorg. Het belang van een zorgvuldige overgang en passende zorg voor kinderen en jongeren staat in deze transactie centraal. Zoals Prodeba zelf verwoordt: “Wij zijn trots dat wij met deze stap kinderen, jongeren en gezinnen in Maassluis kunnen blijven ondersteunen met zorg die aansluit bij hun ontwikkeling en perspectief biedt.” De juridische advisering, onderhandelingen en vastlegging van de afspraken in de contractsdocumentatie zijn namens Prodeba uitgevoerd door Pieter van den Oord en Reinoud van Ginkel. Contact Voor meer vragen kunt u contact opnemen met Pieter van den Oord, Reinoud van Ginkel, of een van onze andere specialisten van team fusies & overnames. Zij staan u graag te woord.
La Gro – Pieter van den Oord
Pieter van den Oord
Advocaat
La Gro adviseert KS Energy Systems bij overname MORRENsystems en MORRENsolar
KS Energy Systems heeft MORRENsystems en MORRENsolar overgenomen. Met deze strategische stap voegt KS Energy Systems een gerenommeerde specialist in zonnecarports toe aan de organisatie. Door de bundeling van kennis, ontwerpen en productiefaciliteiten kan KS Energy Systems opdrachtgevers in binnen- en buitenland een nog completer pakket aan oplossingen voor zonnecarports (solarcarports) bieden. La Gro heeft KS Energy Systems juridisch begeleid bij deze transactie. KS Energy Systems, opgericht in 2024 en gevestigd in Alphen aan den Rijn, is gespecialiseerd in het ontwerpen, construeren, produceren en monteren van zonnecarportconstructies. Met de overname verstevigt KS Energy Systems zijn positie als fabrikant van zonnecarportconstructies en versterkt het zijn marktpositie in duurzame overkappingen en solarcarports. Versterking positie in de markt voor zonnecarports MORRENsystems en MORRENsolar zijn de afgelopen jaren uitgegroeid tot gevestigde namen in de markt voor zonnecarports. Hun ervaring, ontwerpen en ontwerprechten worden geïntegreerd in het productportfolio van KS Energy Systems. Lopende projecten worden gecontinueerd en klanten blijven op de vertrouwde wijze bediend. Tegelijkertijd zorgt de samenwerking voor meer schaalgrootte, een hogere productiecapaciteit, kortere doorlooptijden en verdere professionalisering. De overname vindt plaats in een periode van sterk groeiende vraag naar solarcarports. Steeds meer bedrijven en instellingen zoeken duurzame alternatieven wanneer daken vol of ongeschikt zijn voor zonnepanelen. Door de krachtenbundeling ontstaat een sterker platform dat klanten in binnen- en buitenland bedient met innovatieve en schaalbare oplossingen voor zonnecarports. De juridische advisering, onderhandelingen en vastlegging van de afspraken in de contractsdocumentatie zijn namens KS Energy Systems uitgevoerd door Pieter van den Oord, Reinoud van Ginkel en Tahir Bodha. Contact Voor meer vragen kunt u contact opnemen met Pieter van den Oord, Reinoud van Ginkel, of een van onze andere specialisten van team fusies & overnames. Zij staan u graag te woord.
Steven Helmens – La Gro
Steven Helmens
Advocaat
Nieuwe Energiewetgeving: kansen voor lokaal eigendom en duurzame samenwerking
Actieve deelname van burgers en organisaties aan de energietransitie De energietransitie verandert het energiesysteem van Nederland fundamenteel. Een belangrijk aspect van de transitie is de actieve rol van burgers en organisaties in de energievoorziening. Juridische erkenning van deze rol blijkt onder andere uit Europese richtlijnen, zoals artikel 16 van de Elektriciteitsrichtlijn (2019/944) en artikel 22 van de Richtlijn Hernieuwbare Energie (2018/2001). Lokaal eigendom ontwikkelt zich in de richting van collectiviteit, waarbij omgevingspartijen niet alleen eigenaar zijn (van een deel) van de productie-installatie, maar de opgewekte stroom en warmte ook kunnen delen, opslaan en verkopen. Door slimme toepassingen zijn coöperaties en Smart Energiehubs tegenwoordig gelijktijdig consument en producent van duurzame energie (prosumers) en zij kunnen actief deelnemen aan het energiesysteem door markt-, netwerk- of systeemdiensten te leveren (flexumers). De nieuwe Energiewet en Wet collectieve warmte verankeren de rol van deze energie- en warmtegemeenschappen, in lijn met Europese richtlijnen en de afspraken in het Nederlandse Klimaatakkoord. Juridische kaders en voorwaarden uit de nieuwe Energiewetgeving De definities van energiegemeenschappen en warmtegemeenschap in respectievelijk de Energiewet en de Wet collectieve warmte komen grotendeels overeen. Beide gemeenschappen moeten een juridische entiteit zijn die: ten behoeve van haar leden, vennoten of aandeelhouders activiteiten verricht op de energiemarkt/als warmtebedrijf; als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden, vennoten of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is; niet is gericht op het maken van winst; en in het geval van een warmtegemeenschap gebruik maakt van duurzame warmtebronnen als belangrijkste warmtebron. Verder moeten de statuten van beide typen gemeenschappen open participatie en vrijwillig uittreden mogelijk maken, met de daadwerkelijke zeggenschap in handen van de leden, vennoten of aandeelhouders. Warmtegemeenschappen dienen bovendien stevig lokaal geworteld te zijn. De Energiewet biedt daarnaast ruimte voor energiegemeenschappen om onder bepaalde voorwaarden zelf energie of gas te leveren en te delen zonder vergunning. Governance: maatwerk vereist De keuze voor een bepaalde juridische vormgeving van de gemeenschap vereist maatwerk, omdat het doel en de activiteiten en de bedoeling van de deelnemers doorslaggevend zullen zijn in de uiteindelijke keuze. De Energiewet biedt ruimte voor flexibiliteit in lidmaatschapseisen en stemverdeling wanneer een energiegemeenschap of Smart Energiehub betrokken is bij de ontwikkeling van hernieuwbare energieprojecten. In dit kader zijn de verschillen tussen een BV en een coöperatie relevant. Zo kunnen deze rechtsvormen wezenlijk van elkaar afwijken in zaken als de benoeming van bestuurders, de verdeling van stemrechten, de verplichtingen van leden of aandeelhouders en de bescherming van minderheden. Een warmtegemeenschap houdt zich als warmtebedrijf bezig met het transport en de levering van warmte en de productie of inkoop ten behoeve daarvan. De Wet collectieve warmte staat diverse governanceconstructies toe. De meest eenvoudige optie is om de afnemers van de warmte te organiseren in een coöperatie, die vervolgens volledig eigenaar is van een BV. Deze BV fungeert als warmtebedrijf en sluit o.a. contracten met de aannemers, de financierders en de leveringscontracten met warmte afnemers. Afnemers van de warmte kunnen er ook voor kiezen om als coöperatie deel te nemen in een publiek warmtebedrijf of een publieke een joint-venture. Binnen deze constructie zijn het leveringsbedrijf en het warmtenetbedrijf afzonderlijke BV’s en deze vormen vervolgens gezamenlijk een integraal warmtebedrijf. Nieuwe kansen voor lokale initiatieven dankzij de nieuwe Energiewetgeving De nieuwe Energiewetgeving bouwt voort op bestaande energiecoöperaties en stimuleert collectief lokaal eigendom. Energie- en warmtegemeenschappen worden voortaan juridisch erkend als producent van duurzame energie en warmte en mogen deze distribueren. Zo wordt de afhankelijkheid van commerciële partijen verkleind en krijgen decentrale overheden meer mogelijkheden om klimaatdoelen te realiseren. Op basis van Europese richtlijnen en de nieuwe wetgeving kunnen ondernemingen, provincies, gemeentes en waterschappen door deelname betrokken raken bij de professionaliseringsslag van energie- en warmtegemeenschappen. Decentrale overheden kunnen ook hun eigen subsidieregeling opzetten. Wel is aandacht voor het staatssteunrecht nodig; vrijstellingen voor steun aan duurzame initiatieven zijn echter beschikbaar. Contact Heeft u vragen over de oprichting en de begeleiding van energie- of warmtegemeenschappen, de staatssteunrechtelijke aspecten van groene initiatieven of over de Energiewetgeving en de Wet collectieve warmte? Neem dan gerust contact op met een van onze Energierecht specialisten.
Steven Helmens – La Gro
Steven Helmens
Advocaat
Redelijk aangesloten: wachttijden en de Elektriciteitswet
Netbeheerders zijn wettelijk verplicht om eenieder binnen een redelijke termijn aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Een redelijke termijn werd in de Elektriciteitswet 1998 gedefinieerd als 18 weken na de aanvraag hiertoe. Op 29 april 2025 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch zich gebogen over deze deadline in een kwestie tussen netbeheerder Enexis en assemblagebedrijf ZT Netherlands en geoordeeld dat deze strijdig is met Europees recht. Het arrest geeft richting, maar vormt ook een duidelijke waarschuwing: wie de aansluitingstermijn als hard recht beschouwde, moet dat standpunt herzien. Wat betekent dit voor netbeheerders, bedrijven én de juridische praktijk? Juridische en maatschappelijke context van aansluittermijnen Volgens de Europese Elektriciteitsrichtlijn (artikel 59 lid 7 sub a Richtlijn 2019/944) mogen alleen onafhankelijke toezichthouders – in Nederland de ACM – aansluitvoorwaarden vaststellen. Deze exclusieve bevoegdheid van regulerende instanties werd door het Europese Hof van Justitie in 2020 en 2021 verduidelijkt. Juridisch gezien betekent dit dat een redelijke termijn voor een aansluiting moet worden vastgelegd in een netcodebesluit van de ACM en niet in een wet in formele zin zoals de Elektriciteitswet 1998. De wettelijke verankering van de 18-wekentermijn voor zowel klein- als grootverbruikers is op 21 februari 2025 geschrapt. In de praktijk was een overschrijding van dit termijn al de norm, dus of de wetswijziging impact heeft op de daadwerkelijke doorlooptijden is nog maar de vraag. Door een structureel tekort aan technici, een groei van het werkpakket en de noodzaak voor steeds complexere netontwerpen was de landelijk gemiddelde levertijd voor een grootverbruik aansluiting in 2020 volgens Enexis ongeveer 45 weken. Enexis versus ZT Netherlands In mei van 2020 vroeg ZT Netherlands na een verhuizing een grootverbruiksaansluiting aan bij netbeheerder Enexis. Vanwege de langere doorlooptijden schakelde ZT zelf dieselaggregaten in om de werkzaamheden voor te zetten. Toen de aansluiting na 25 weken rond was – zeven weken later dan de wettelijke termijn – eiste ZT vergoeding van Enexis. In een tussenvonnis gaf de rechtbank Oost-Brabant ZT gelijk. De termijn was overschreden, dus Enexis handelde onrechtmatig. Het exoneratiebeding in de algemene voorwaarden van Enexis werd door de rechtbank opzij geschoven, omdat Enexis voortvarender te werk had kunnen gaan met het voorkomen van schade bij ZT Netherlands. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch draaide het vonnis in hoger beroep volledig terug. De belangrijkste punten: De 18-wekentermijn is in strijd met het Europees recht. Doordat de termijn is vastgelegd in de Elektriciteitswet 1998 en niet in een besluit van de ACM, kan Enexis de termijn juridisch niet laten toetsen – en dat is in strijd met het recht op toegang tot een rechter (artikel 47 Handvest van de Grondrechten van de EU). De termijn van 25 weken is ‘redelijk’ onder de omstandigheden. Het hof kijkt naar de gemiddelde aansluittermijnen in 2020 (35 weken), het type aansluiting, en de capaciteitsproblemen bij Enexis en oordeelt dat de aansluiting van ZT zelfs relatief snel is verlopen. First come, first served In het slot van het arrest wijdt het Gerechtshof nog een opmerkelijke overweging aan het first come, first served-beleid dat netbeheerders voeren bij het verwerken van openstaande verzoeken. Hierin is een duidelijke lijn te lezen: “First come, first served” is een redelijk en verdedigbaar uitgangspunt, tenzij de aanvrager concreet bewijst dat er sprake is van een uitzonderlijke urgentie. Met die overweging lijkt het Gerechtshof een fundamentele koers te kiezen: de lat voor afwijking van wachtrijbeleid bij aansluitingsverzoeken ligt hoog. Conclusie Het Gerechtshof creëert duidelijkheid omtrent de aansluittermijnen en de mogelijke aansprakelijkheid van netbeheerders. Hoewel het expliciete recht op aansluiting binnen 18 weken niet langer in de Elektriciteitswet 1998 is opgenomen, blijft er wél een wettelijke aansluitplicht bestaan. De beoordeling of een netbeheerder tijdig heeft aangesloten, vindt nu plaats aan de hand van een ‘redelijke termijn’. Wat als redelijk wordt beschouwd, hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval. Dit arrest behoudt daarmee zijn relevantie, zowel voor aansprakelijkheidskwesties met betrekking tot de periode vóór 2025 als voor toekomstige discussies over netcapaciteit, bijvoorbeeld in het kader van congestie en netuitbreiding. Contact Heeft u vragen over dit onderwerp of wilt u van gedachten wisselen? Neem dan contact op met het Energie team van La Gro. Wij denken graag met u mee!