Advocaat
Het uitgangspunt bij de openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid (Woo) is dat persoonlijke beleidsopvattingen uit documenten voor intern beraad niet openbaar worden gemaakt. Maar als sprake is van formele bestuurlijke besluitvorming, ligt dat anders. Wanneer is daar sprake van? En wat betekent dat voor de praktijk?
Volgens de Woo wordt onder persoonlijke beleidsopvattingen verstaan: ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen daarvan of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter. Bij de openbaarmaking van documenten voor intern beraad op grond van de Woo, worden de daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen in beginsel niet geopenbaard.
Artikel 5.2, derde lid, van de Woo bevat een uitzondering op dit uitgangspunt ten aanzien van documenten die zijn opgesteld ten behoeve van ‘formele bestuurlijke besluitvorming’. Uit deze documenten worden persoonlijke beleidsopvattingen wél verstrekt, zij het in geanonimiseerde vorm, tenzij dit het intern beraad onevenredig schaadt.
Uit de conclusie van A-G Wattel van 9 juli 2025 volgt dat de volgende documenten in ieder geval niet zijn opgesteld voor formele bestuurlijke besluitvorming:
De Afdeling heeft eerder overwogen dat daarbij een rol kan spelen of een document daadwerkelijk aan de ambtsdrager of het bestuursorgaan is voorgelegd, maar dat dit niet doorslaggevend is.
Dat blijkt ook uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 april 2026. In deze zaak ging het om een voorstel aan een wethouder. Het college kon in dit geval niet achterhalen of en hoe het document intern was gedeeld en stelde zelf dat het om een concept ging.
Omdat niet duidelijk was of het document aan de wethouder was voorgelegd, beoordeelde de Afdeling aan de hand van de vorm en inhoud van het document of aannemelijk was dat het document ten behoeve van formeel bestuurlijke besluitvorming aan de wethouder is voorgelegd of daarvoor rijp was.
Uit het document bleek niet dat het een concept betrof. Het was gericht aan de wethouder, voorzien van een datum en bevatte een concreet voorstel en beslispunt. Op basis daarvan komt de Afdeling tot de conclusie dat sprake was van een document ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming.
Het college kon openbaarmaking van de persoonlijke beleidsopvattingen in dit document daarom niet zonder meer weigeren. Deze moeten in geanonimiseerde vorm worden verstrekt, tenzij het intern beraad daardoor onevenredig wordt geschaad. Omdat het college dat laatste niet had beoordeeld, was het besluit volgens de Afdeling ondeugdelijk gemotiveerd.
Als een document naar vorm en inhoud klaar is om aan een ambtsdrager te worden voorgelegd – ook als niet (met zekerheid) kan worden gesteld dat dat ook is gebeurd – heeft dit dus tot gevolg dat de daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen in niet herleidbare vorm openbaar dienen te worden gemaakt. Dit is slechts anders indien gemotiveerd kan worden gesteld dat het intern beraad daardoor onevenredig wordt geschaad.
Heeft u vragen over de toepassing van de uitzonderingsgronden uit de Woo? Neem dan contact op met Anouk Overvoorde of een van onze andere Woo-specialisten.
Advocaat