Over Joanne

Joanne is sinds 2021 werkzaam als advocaat bij La Gro op het gebied van het bestuursrecht. Zij staat zowel overheden en bedrijven bij in zaken uiteenlopende omgevingsrechtelijke kwesties, waaronder omgevingsvergunningen en omgevingsplannen. Ook houdt zij zich bezig met zaken over handhaving van het omgevingsrecht.

Joanne is positief ingesteld en toegankelijk. Haar werkaanpak is doelgericht en gestructureerd. Ze houdt rekening met verschillende belangen die spelen en heeft oog voor het effect van haar adviezen en keuzes op betrokken partijen.

Specialisaties

  • Omgevingsrecht
  • Handhaving 

Achtergrond en nevenactiviteiten

  • 2018, University of Bologna (uitwisselingsstudent)
  • 2019, Universiteit Leiden, Bachelor Rechtsgeleerdheid
  • 2021, Universiteit Leiden, Master Staats- en bestuursrecht (cum laude)
  • Lid van de Vereniging voor bestuursrecht (VAR) 
  • Lid van de Vereniging van jonge onroerend goed juristen (VJOJ)

Recente dossiers

  • Omgevingsrecht: adviseren en procederen over onder meer omgevingsplannen, omgevingsvergunningen, overgangsrecht, geluid en bedrijven- en milieuzonering.
  • Handhaving: adviseren en procederen over een omgevingsrechtelijke last onder dwangsom en last onder bestuursdwang.
Contactgegevens
mr. J.C.L. (Joanne) de Bruijn

Advocaat 

Bestuursrecht

Bel Joanne de Bruijn

Artikelen van Joanne de Bruijn

Coline Norde 1
Coline Norde
Advocaat
Geen leges bij aanvraag tot vaststellen bestemmingsplan
Op 2 juni 2026 heeft de belastingkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld dat het heffen van leges bij een aanvraag tot vaststellen van een bestemmingsplan niet mogelijk is (ECLI:NL:GHARL:2026:3647). Waar gaat de zaak over? De belanghebbende in deze zaak heeft in 2021 bij de gemeente Doetinchem een verzoek ingediend om een (nieuw) bestemmingsplan vast te stellen voor een bepaald perceel. Hij beoogt daarmee de agrarische bestemming om te zetten in een recreatieve bestemming en een woning met bijgebouwen te realiseren. Op grond van de Legesverordening 2021 heeft de heffingsambtenaar daarvoor leges van € 16.477,- in rekening gebracht. In geschil is of de heffingsambtenaar de aanslag leges terecht heeft opgelegd. Volgens belanghebbende is dit niet het geval omdat het vaststellen van een bestemmingsplan wordt uitgevoerd met het oog op de publieke taakuitoefening van de gemeente en dus niet rechtstreeks en in overheersende mate verband houdt met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. De heffingsambtenaar is de tegengestelde opvatting toegedaan.   Wat oordeelt het hof? Het hof overweegt dat op grond van artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet leges kunnen worden geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Onder dergelijke diensten worden verstaan de werkzaamheden die rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Naar het oordeel van het hof gaat het bij het vaststellen van een bestemmingsplan rechtstreeks en vooral om het dienen van het publieke belang. Juist dit publieke belang vormt de rechtvaardiging voor de beperkingen die een bestemmingsplan oplegt aan eigenaren van grond binnen dit bestemmingsplan. Daarom houdt het vaststellen van een bestemmingsplan, ook als het plangebied slechts een of enkele percelen betreft, volgens het hof niet rechtstreeks en in overheersende mate verband met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Hoewel indirect sprake is van een particulier belang bij de vaststelling van een bestemmingsplan met betrekking tot gronden die (gedeeltelijk) in eigendom zijn bij particulieren, is dit particuliere belang naar het oordeel van het hof niet rechtstreeks en in overheersende mate in het geding. Nu geen sprake is van een dienst als bedoeld in artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet, is heffing van leges op grond van die bepaling niet mogelijk.  Wat betekent dit voor de praktijk? Hoewel deze zaak ziet op legesheffing bij een aanvraag tot vaststellen van een bestemmingsplan onder de Wet ruimtelijke ordening, is de uitspraak ook relevant voor aanvragen tot wijzigen van het omgevingsplan onder de Omgevingswet. Heeft u vragen over deze uitspraak of andere vragen op het gebied van het belastingrecht en/of het omgevingsrecht? Neem dan contact op met Joanne de Bruijn, Coline Norde of één van onze andere specialisten van team Bestuursrecht.
Anke van de Laar 2 – La Gro
Anke van de Laar
Advocaat
Einde voor het online gebiedsverbod?
Uitlatingen op online platforms kunnen van grote invloed zijn op de openbare orde. De afgelopen jaren zochten diverse burgemeesters – van Amsterdam, Haarlem, Almere en Utrecht – naar oplossingen om in te kunnen grijpen als er in de ‘online’ wereld wordt opgeroepen tot actie in de ‘fysieke’ wereld. Zo werd geëxperimenteerd met een online gebiedsverbod, waarmee aan iemand (tijdelijk) de toegang wordt ontzegd tot het doen van online uitingen die aanleiding geven tot wanordelijkheden. Het was de vraag in hoeverre een dergelijk online gebiedsverbod juridisch houdbaar is. Op 3 februari 2023 heeft de rechtbank Midden-Nederland daar in een uitspraak duidelijkheid over verschaft. De burgemeester van Utrecht had dit online gebiedsverbod opgelegd aan een destijds 17-jarige jongen vanwege het online (via sociale media) oproepen tot rellen in Utrecht. De rechtbank oordeelt kort gezegd dat een digitaal platform zoals een groepschat op Telegram geen ‘openbare plaats’ is in de zin van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 (APV) die binnen de bevoegdheden van de burgemeester valt. Daarnaast acht de rechter een verbodsbepaling in de APV om op social media uitdagende uitlatingen te doen die aanleiding geven tot wanordelijkheden in het algemeen niet toelaatbaar omdat daardoor grondrechten worden beperkt. Het online gebiedsverbod De destijds minderjarige jongen in kwestie verspreidde via de online berichtendienst Telegram een pamflet met daarop de tekst “Utrecht in opstand, nee 2G & nee vuurwerkverbod! 26-11-21, 19.30, Kanaalstraat, Be there!!! Neem je matties & vuurwerk mee.” Het online gebiedsverbod had de vorm van een last onder dwangsom, inhoudende dat de jongen zich dient te onthouden van online uitingen (op sociale media) die zijn te kwalificeren als het door uitdagend gedrag aanleiding geven tot wanordelijkheden. Hieronder wordt in ieder geval begrepen het oproepen tot of het delen van oproepen tot samenkomsten in Utrecht die tot doel hebben de openbare orde te verstoren. Bij niet naleving van de last verbeurt eiser een dwangsom van € 2.500,-, met een maximum van € 10.000,-. De burgemeester baseerde de last op artikel 2.2, eerste lid, onder g, van de APV, welk artikel een verbod inhoudt om op een openbare plaats op enigerlei wijze door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden. Het oordeel van de rechtbank Reikwijdte van artikel 2:2, eerste lid, onder g, van de APV De rechtbank stelt voorop dat met een ‘openbare plaats’ een fysieke plaats is bedoeld. Volgens artikel 1:1, onder b, van de APV wordt onder ‘openbare plaats’ in de zin van de APV verstaan: een voor publiek toegankelijke plaats, waaronder de weg begrepen. Uit de APV of de toelichting daarop kan niet worden opgemaakt dat is bedoeld om (ook) een digitaal platform zoals een groepschat op Telegram aan te merken als ‘openbare plaats’. Een (voor iedereen toegankelijke) groepschat op Telegram is weliswaar openbaar, maar het is geen plaats in de zin van de APV die binnen de bevoegdheden van de burgemeester valt. Vrijheid van meningsuiting De rechtbank stelt bovendien vast dat als de burgemeester wél zou worden gevolgd in haar uitleg van artikel 2:2, eerste lid, onder g, van de APV, dit zou leiden tot een ontoelaatbare beperking van de in artikel 7, derde lid, van de Grondwet (Gw) neergelegde vrijheid van meningsuiting. Uitlatingen die uitdagend zijn en aanleiding geven tot wanordelijkheden zijn volgens de rechtbank (ook) uitingen van een mening. De rechtbank overweegt dat het niet toegestaan is om de inhoud van uitlatingen aan banden te leggen in een gemeentelijke verordening. Het is een lokale regelgever (in dit geval de gemeenteraad) namelijk niet toegestaan om grondrechten te beperken wanneer een dergelijke beperking niet kan worden teruggevoerd op een wet in formele zin. Of een wet in formele zin beperking van grondrechten kan inhouden en of die beperking vervolgens kan worden gedelegeerd aan een lagere wetgever hangt af van de formulering van het grondrecht in de Grondwet. In het geval van het grondrecht ‘vrijheid van meningsuiting’ is inhoudelijke beperking daarvan enkel (onder bepaalde voorwaarden) toegestaan door middel van een wet in formele zin en niet (mede) door delegatie aan een lagere regelgever. De APV, waarop de burgemeester haar besluit heeft gebaseerd, kán dus geen inhoudelijke beperking van de vrijheid van meningsuiting bevatten. Conclusie Een burgemeester kan in beginsel alleen ingrijpen wegens verstoring van de openbare orde als het online domein (zoals een platform op internet of een groepschat) kan worden aangemerkt als een (fysieke) openbare of publieke plaats. Volgens de rechtbank kan deze eerste hobbel niet worden genomen en strandt daarmee direct de poging van de Utrechtse burgemeester. Daaraan voegt de rechtbank toe dat als de hobbel wel zou kunnen worden genomen, er andere bezwaren rijzen omdat grondrechten worden beperkt en dat volgens de Grondwet niet is toegestaan op grond van een APV. Met de uitspraak van de rechtbank lijkt het online gebiedsverbod op grond van de APV voorlopig van de baan. Als de hiervoor bedoelde eerste hobbel niet kan worden genomen, lijkt ook een online gebiedsverbod op grond van burgemeestersbevoegdheden in de Gemeentewet lastig overeind te houden. Het lijkt dan ook wenselijk om verder te procederen en het oordeel van de Afdeling te vragen. Verschillende burgemeesters blijven hoe dan ook strijdbaar. In een opiniestuk van 41 burgemeesters in de NRC van 6 februari 2023 wordt de wetgever verzocht om online ingrijpen tegen eventuele ordeverstoringen mogelijk te maken. Wij blijven de ontwikkelingen volgen en houden u op de hoogte. Contact Heeft u vragen, bijvoorbeeld over de wijze waarop online gedragingen bij kunnen dragen aan het ontstaan van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde, neem dan contact met Anke van de Laar, Joanne de Bruijn of met één van de andere specialisten van het Team Overheid