07 april 2022

Flitsbezorgdienst Flink mag in Gouda (nog) niet open

In een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 6 april 2022 heeft de voorzieningenrechter een verzoek om een voorlopige voorziening van flitsbezorger Flink afgewezen. Totdat het college van B&W van Gouda op het bezwaar beslist heeft, mag Flink in ieder geval niet starten met haar activiteiten in Gouda.

Waar gaat deze zaak over?

Flink wil vanuit een pand in Gouda flitsbezorgdiensten gaan verrichten. Het college van B&W is van mening dat het geldende bestemmingsplan zich daartegen verzet. Bovendien is het door Flink beoogde gebruik in strijd met een door de gemeenteraad genomen voorbereidingsbesluit die een gebruikswijziging naar een dergelijke flitsbezorgdienst verbiedt. Het college is van mening dat een flitsbezorgdienst met darkstore in strijd is met het bestemmingsplan omdat dit gebruik niet is aan te merken als detailhandel. Om te voorkomen dat het pand toch in gebruik wordt genomen, heeft het college een preventieve last onder dwangsom opgelegd.

Flink betoogt dat haar activiteiten wel degelijk kwalificeren als detailhandel als bedoeld in het bestemmingsplan en dat het voorbereidingsbesluit onverbindend is wegens strijd met de Europese dienstenrichtlijn.

Oordeel van de voorzieningenrechter

In de planregels van het geldende bestemmingsplan is detailhandel als volgt gedefinieerd: “Het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren aan personen, die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.”

De voorzieningenrechter is van oordeel dat in deze definitie van detailhandel sprake moet zijn van uitstalling ten verkoop en dat daarnaast sprake moet zijn van het verkopen en/of leveren van goederen aan personen.

Flink stelt zich op het standpunt dat wordt voldaan aan deze definitie omdat zij producten ter plaatse heeft opgeslagen in stellingkasten en omdat het voor bezoekers van de vestiging mogelijk is om via de Flink-app ter plaatse producten te bestellen. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat het op voorhand niet evident is dat hiermee wordt voldaan aan de eis van uitstalling ten verkoop. Het is immers niet mogelijk om buiten de app om in de vestiging producten uit te zoeken en te kopen.

De voorzieningenrechter gaat ook niet mee in de stelling van Flink dat het voorbereidingsbesluit in strijd is met de Dienstenrichtlijn. Weliswaar vormt het voorbereidingsbesluit met het verbod om ter plaatse het gebruik te wijzigen naar een flitsbezorgdienst een territoriale beperking als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder a, van de Dienstenrichtlijn maar een dergelijke beperking is toegestaan als voldaan wordt aan de eisen dat beperking op grond van het voorbereidingsbesluit niet discriminatoir, noodzakelijk en evenredig is.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het niet evident is dat niet aan deze voorwaarden wordt voldaan. De gemeenteraad heeft het voorbereidingsbesluit genomen om het woon- en leefmilieu ter plaatse te beschermen. Het betrokken gebied is vooral een woonmilieu en een flitsbezorgdienst kan voor een inbreuk op dit woonmilieu zorgen, een onaanvaardbare druk op de openbare ruimte veroorzaken en tot verkeersonveilige situaties leiden. Het voorbereidingsbesluit geldt voor maximaal een jaar en het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor die plekken in de stad waar een dergelijke dienst wel ruimtelijk aanvaardbaar is. In dit licht acht de voorzieningenrecht het niet evident dat het voorbereidingsbesluit niet noodzakelijk en onevenredig is.

Wat betekent deze uitspraak?

Weliswaar is sprake van een voorlopig oordeel maar onlangs oordeelde de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag in een verzoek van de flitsbezorgdienst Getir tegen het college van B&W van Oegstgeest gelijkluidend. Hierover schreven wij eerder een blog.

De definitie van het begrip detailhandel in het bestemmingsplan is uiteraard bepalend voor de vraag of bepaald gebruik is toegestaan. De definitie van detailhandel is vaak een standaardbepaling die vrijwel in alle bestemmingsplannen voorkomt. De voorlopige oordelen van de voorzieningenrechter inzake Flink en Getir zijn dan ook richtinggevend als het gaat om het begrip detailhandel zoals gedefinieerd in (de meeste) bestemmingsplannen.

Het kan voorkomen dat een bestemmingsplan naast detailhandel ook andere typen bedrijven toelaat op een bepaalde locatie. In dat geval kan het zo zijn dat de flitsbezorgdienst weliswaar niet onder detailhandel, maar wel onder een ander type bedrijf valt. Het bestemmingsplan laat de activiteiten dan wel toe.

Inmiddels hebben vele gemeenten vanwege de onzekerheid over de vraag of een flitsbezorgdienst binnen een bestemmingsplan is toegestaan, voorbereidingsbesluiten genomen vooruitlopend op een (paraplu)bestemmingsplan waarin deze nieuwe dienstverlening kan worden gereguleerd. Bij de voorbereiding van deze plannen moet rekening gehouden worden met de Dienstenrichtlijn en zal duidelijk gemaakt moeten worden dat beperking van deze dienst niet in strijd komt met de Dienstenrichtlijn.

De gemeente Gouda werd in deze kwestie bijgestaan door La Gro Advocaten.

Auteur
Mr. J.J. (Hans) Turenhout

Advocaat & Partner

Bel Hans Turenhout