Advocaat & Partner
Advocaat
Het elektriciteitsnet staat in Nederland onder grote druk. Het probleem van netcongestie[1] raakt zowel grootverbruikers van elektriciteit als woningbouw en kleine bedrijven. Aanvragen voor (gewijzigde) aansluitingen in gebieden waar het stroomnet vol is komen op een wachtlijst terecht, die conform het landelijke prioriteringskader wordt afgewerkt. Het verkrijgen van een aansluiting kan daardoor soms jaren duren. Deze belemmering voor elektrificatie, uitbreiding en verduurzaming leidt geregeld tot juridische procedures met systeembeheerders (voorheen: netbeheerders).
In eerdere blogs schreven wij over de gevolgen van netcongestie op woningbouw en over praktische handvatten voor bedrijven die tegen de grenzen van het stroomnet aanlopen. Naast individuele maatregelen, biedt de Energiewet ook mogelijkheden om netcongestie in samenwerkingsverband op te lossen. In plaats van wachten op een eigen aansluiting, kan er bijvoorbeeld één met de buren worden gedeeld.
Dit blog behandelt drie vormen van samenwerking die een oplossing kunnen bieden in de situatie waarin niet iedere betrokken partij over een eigen (toereikende) aansluiting beschikt. Aan bod komen (1) de directe lijn, (2) cable pooling en (3) het gesloten systeem.
In het geval bedrijven wel beschikken over een eigen grootverbruikaansluiting, kunnen zij door middel van een groepstransportovereenkomst (GTO) transportcapaciteit delen. Over deze samenwerkingsvorm schreven wij in een eerder blog.
Bij een directe lijn levert één (grote) opwekker van elektriciteit direct aan één of meerdere eindafnemers. De Energiewet kent twee verschijningsvormen:
Kortom: bij de situatie van een directe lijn is er altijd een directe verbinding tussen twee of meer partijen, maar er is slechts één producent en ten hoogste één installatie die verbonden is met het openbare net.
De directe lijn leent zich goed voor situaties waarin een producent zijn overtollige opwek rechtstreeks wil leveren aan één of meer afnemers in zijn directe nabijheid, zonder daarbij gebruik te maken van het openbare net. Daarmee wordt het stroomnet grotendeels omzeild. De keerzijde is dat het gebruik van een directe lijn structureel is: als de opwek onvoldoende is, heeft de afnemer zonder een eigen netaansluiting geen back-up via het openbare net. In de praktijk komen directe lijnen vooral voor op industrieterreinen en bij grote producenten.
Op grond van artikel 3.9 Energiewet is een producent verplicht energielevering via een directe lijn te melden bij de ACM. Deze meldplicht geldt voor beide verschijningsvormen. De melding wordt ingediend via het meldformulier van de ACM, waarna de directe lijn wordt opgenomen in het openbare ACM-register. Registratie betekent niet dat de ACM de kwalificatie als directe lijn inhoudelijk heeft beoordeeld of goedgekeurd.
Meerdere partijen kunnen, onder bepaalde voorwaarden, gebruik maken van één aansluiting om hun opwek-, opslag- en/of verbruiksinstallaties op het openbare net aan te sluiten. Het gebruik van een gezamenlijke aansluiting wordt ook wel cable pooling genoemd. Voor cable pooling is vereist dat:
Het idee van cable pooling is dat de betrokken partijen ‘gecombineerd exploiteren’ door het gezamenlijk contracteren met leveranciers en onderlinge transparantie over het gebruik van de gedeelde aansluiting, vastgelegd in een cable pooling-overeenkomst. De samenwerking mag niet zo worden ingericht dat er feitelijk sprake is van levering van de ene deelnemer aan de andere. In dat geval functioneert de gedeelde aansluiting als een gesloten systeem, waarvoor strengere erkenningsvereisten gelden.
Om cable pooling te realiseren, moeten de betrokken partijen zich eerst wenden tot de systeembeheerder. Hier dienen zij gezamenlijk een aanvraag in voor een gedeelde aansluiting en sluiten zij samen één ATO af. Vervolgens dient de cable pooling-constructie te worden gemeld bij de ACM, onder overlegging van de gezamenlijke ATO, een overzicht van de kadastrale percelen en de onderlinge contractuele afspraken tussen de deelnemende partijen.
Een gesloten systeem is een eigen elektriciteitsnetwerk binnen een afgebakend geografisch gebied. Op dit gesloten systeem wordt door de beheerder stroom getransporteerd naar individuele afnemers die zijn aangesloten op dit gesloten elektriciteitsnet. Het gesloten systeem is via één aansluiting ook verbonden met het openbare net. In tegenstelling tot cable pooling biedt het gesloten systeem de mogelijkheid om daadwerkelijk elektriciteit te leveren tussen de aangesloten afnemers, zonder dat dit als verboden leveringsactiviteit kwalificeert.
De Energiewet kent twee verschijningsvormen van een gesloten systeem:
Een gesloten systeem is geschikt voor locaties waar sprake is van technische, organisatorische of functionele verbinding, bijvoorbeeld op industriële en/of commerciële locaties of locaties met gedeelde diensten. Voorbeelden zijn (lucht)havens, bedrijvenparken, productiecomplexen of universiteitscampussen. Voor het exploiteren van een gesloten systeem is op grond van artikel 3.6 en 3.7 Energiewet een erkenning van de ACM vereist. Bij verlening van de erkenning wordt het gesloten systeem opgenomen in het openbare register van de ACM.
Netcongestie vormt inmiddels een structurele uitdaging in heel Nederland, maar het betekent niet per definitie dat ontwikkelingen stil hoeven te vallen. Zoals blijkt, zijn er in samenwerking met andere partijen diverse juridische en praktische mogelijkheden om slimmer met de beschikbare netcapaciteit om te gaan. Welke oplossing het meest geschikt is, hangt af van de specifieke situatie: de locatie, het type bedrijven, de aanwezige aansluitcapaciteit en de gewenste mate van onderlinge energie-uitwisseling.
Behoefte aan juridisch advies over oplossingen voor netcongestie? Neem gerust contact op met de specialisten van Team Energie bij La Gro.
[1] Het kan voorkomen dat er op piekmomenten onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is op het stroomnet om aan de vraag/het aanbod naar elektriciteit te voldoen. Dit gebrek aan beschikbare transportcapaciteit op het elektriciteitsnet noemen we netcongestie.
[2] Onmiddellijke nabijheid wordt vooral bepaald doordat het voor de partijen economisch voordelig is om een aansluiting te delen. Zie ook de zienswijze van de ACM
Advocaat & Partner
Advocaat