Wijziging van Wet M&O: scherpere regels voor een beroep op algemeen belang
22 oktober 2026
De Tweede Kamer heeft op 13 oktober 2026 het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet Markt en Overheid (Wet M&O) aangenomen. De Wet M&O, welke is vastgelegd in hoofdstuk 4b van de Mededingingswet, is bedoeld om gelijke concurrentieverhoudingen tussen overheden en ondernemers te waarborgen. Met het aangenomen voorstel worden vooral de voorwaarden voor het gebruik van de algemeen belang uitzondering aangescherpt. Ook krijgt de Wet M&O een permanent karakter en wordt het aanbieden van opensourcesoftware uitgezonderd van de verplichting tot integrale kostendoorberekening. Wat is de praktische impact van de wijzigingen? Wij zetten het voor u uiteen in onderstaande blog.
Wat houdt de Wet M&O in?
De Wet M&O bevat gedragsregels voor bestuursorganen die economische activiteiten verrichten. Economische activiteiten bestaan uit het aanbieden van goederen of diensten op een markt. Denk aan de verhuur van vastgoed of de exploitatie van sportaccommodaties en jachthavens. Het doel is te voorkomen dat overheden daarbij oneerlijke concurrentievoordelen genieten tegenover ondernemers.
In beginsel gelden voor bestuursorganen die economische activiteiten verrichten vier gedragsregels:
Integrale kostendoorberekening: overheden moeten de integrale kosten van hun economische activiteiten doorberekenen aan afnemers;
Bevoordelingsverbod: overheden mogen hun overheidsbedrijven niet bevoordelen boven concurrerende ondernemingen;
Gegevensgebruik: gegevens die bij de uitvoering van publieke taken zijn verkregen, mogen alleen voor economische activiteiten worden gebruikt als zij ook aan derden beschikbaar kunnen worden gesteld;
Functiescheiding: dezelfde personen mogen niet betrokken zijn bij zowel een economische activiteit als de uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid ten aanzien van die activiteit.
Uitzondering van algemeen belang: wat verandert er?
De gedragsregels gelden niet wanneer het bevoegde bestuursorgaan besluit dat een economische activiteit in het algemeen belang plaatsvindt. Beroep op deze uitzondering is mogelijk door middel van een algemeen belang besluit waarin de toepassing van de uitzondering wordt gemotiveerd. Dit is een appellabel besluit. Deze uitzondering blijft volgens het wetsvoorstel bestaan, maar het proces wordt aangescherpt. Aanleiding is dat algemeen belang besluiten volgens de evaluatie vaak beperkt worden gemotiveerd en ondernemers onvoldoende worden betrokken.
Het volgende wijzigt:
Betere motivering
De eisen voor motivering van algemeen belang besluiten worden verscherpt. Nadere motiveringseisen worden uitgewerkt bij algemene maatregel van bestuur. De motivering dient onder andere een concrete beschrijving van de activiteit en het algemeen belang te omvatten, alsook een toelichting op de noodzaak om van de gedragsregels af te wijken en de gevolgen voor belanghebbenden/ondernemers. Het publieke belang moet vervolgens tegen die gevolgen worden afgewogen. Een algemene verwijzing naar bijvoorbeeld sportbevordering is dus niet voldoende als onderbouwing.
Verplichte consultatie
Voordat de voorbereiding van een algemeen belang besluit begint, moet een consultatie plaatsvinden. Deze staat open voor iedereen, niet alleen voor belanghebbenden. De consultatie is vormvrij en moet uiterlijk twee weken vooraf worden aangekondigd. Zo krijgen ondernemers eerder gelegenheid hun belangen en mogelijke alternatieven onder de aandacht te brengen.
Vijfjaarlijkse evaluatie
Algemeen belang besluiten moeten telkens binnen vijf jaar worden geëvalueerd, inclusief een consultatie. Daarna volgt een besluit tot handhaving, aanpassing of intrekking. Ook bestaande besluiten (die onder de “oude” Wet M&O zijn genomen) vallen onder deze verplichting. De eerste beoordeling moet binnen vijf jaar na inwerkingtreding van de nieuwe regeling plaatsvinden.
Overige wijzigingen
Het voorstel geeft de Wet M&O een permanent karakter. Tot op heden bevatte de Wet M&O een zogenaamde “horizonbepaling” die regelde dat de wet automatisch vervalt op een vaste einddatum, tenzij de wetgever besluit deze op tijd te verlengen. Daarnaast wordt een uitzondering toegevoegd voor het kosteloos en non-discriminatoir vrijgeven van broncode van software waarover het bestuursorgaan vanuit zijn publiekrechtelijke bevoegdheden beschikt. Dergelijke vrijgave valt buiten het bereik van de integrale kostendoorberekening. Oftewel, deze broncodes mogen kosteloos worden verstrekt mits dit op non-discriminatoire wijze gebeurt. De andere drie gedragsregels blijven in beginsel gelden.
Praktische impact
Voor overheden betekent het voorstel een aanscherping van de eisen voor het gebruik van de algemeen belang uitzondering. Zij moeten rekening houden met specifiekere motiveringseisen, verplichte consultatie en periodieke evaluatie. Dat vraagt om een uitgebreidere en concrete onderbouwing van de noodzaak van de uitzondering en de gevolgen voor ondernemers, waarbij ook de uitkomsten van de consultatie en evaluatie worden betrokken. Het is daarom verstandig bestaande algemeen belang besluiten te inventariseren en na te gaan waar aanvulling nodig is. Ondernemers krijgen via de consultatie eerder de mogelijkheid om hun belangen en mogelijke alternatieven onder de aandacht te brengen.
Het wetsvoorstel moet nog door de Eerste Kamer worden behandeld en aangenomen. Als ook de Eerste Kamer instemt, is het de bedoeling dat de wijziging op 1 juli 2027 in werking treedt. Die datum is dus nog niet definitief.