Bescherming echtelieden tegen (onbezonnen) handelen van ondernemende partner op de tocht?
De wetgever heeft via een aantal bepalingen in het burgerlijk wetboek gehuwden (en geregistreerd partners) tegen zichzelf en tegen elkaar in bescherming willen nemen. Voor enkele rechtshandelingen van een gehuwde is op grond van die bepalingen de toestemming benodigd van de echtgenoot. Dat betreft onder meer de rechtshandelingen tot borgstelling of hoofdelijke verbinding aan, in voorkomende gevallen, zekerheidstelling voor schulden van een ander. Ontbreekt die toestemming dan kan de andere echtgenoot de rechtshandeling vernietigen op grond van artikel 1:89 BW.