Advocaat
Advocaat
Het gerechtshof heeft in de zaak tussen vakbonden FNV en CNV enerzijds en het platform Temper anderzijds geoordeeld dat werkers die via het Temper-platform werkzaamheden verrichten kwalificeren als uitzendkrachten. Temper kwalificeert daarmee op haar beurt als uitzendwerkgever. Een volgende mijlpaal in de reeks platformrechtspraak en een duidelijk signaal aan (uitzend)werkgevers die gebruikmaken van platformwerkers.
Temper is een online platform waarop werkers en opdrachtgevers met elkaar in contact kunnen komen en overeenkomsten kunnen sluiten over uit te voeren werkzaamheden. Temper presenteert zichzelf als een neutrale tussenpersoon: een digitale marktplaats waarop zelfstandige ondernemers (zzp’ers) opdrachten verwerven bij bedrijven die tijdelijk extra handen nodig hebben.
FNV en CNV zagen dat anders. Volgens hen is sprake van schijnzelfstandigheid en bestaat er tussen Temper en de Temper-werkers in werkelijkheid een uitzendovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:690 BW. De werkers zouden geen ‘echte ondernemers’ zijn, maar uitzendkrachten met alle rechtsgevolgen van dien.
Anders dan de rechtbank Amsterdam in eerste aanleg oordeelde, komt het hof tot het oordeel dat sprake is van een uitzendovereenkomst tussen Temper en een werker, waardoor Temper als uitzendwerkgever kwalificeert. Het hof komt tot dat oordeel door de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad af te lopen. Daarbij overweegt het hof dat Temper nauw betrokken is bij de totstandkoming van de contractuele driehoeksverhouding tussen Temper, werker en de opdrachtgever. Ook is Temper nauw betrokken bij de wijze waarop de beloning wordt bepaald, hoe deze wordt uitgekeerd en de hoogte van de beloningen. Gezien deze mate van betrokkenheid kan Temper – aldus het hof – niet worden gekarakteriseerd als een bemiddelingssite.
Ook ten aanzien van het commercieel risico en de vraag of de werkers zich in het economisch verkeer als ondernemer gedragen oordeelt het hof ontkennend. Het hof overweegt dat niet valt in te zien dat een relevant aantal werkers “grote investeringen” hebben gedaan, nu uit het overzicht van de top 25 opdrachtgevers van Temper blijkt dat deze functies neerkomen op werk waarvoor geen investeringen nodig zijn. Het aantal werkers dat geen KvK-inschrijving heeft en het feit dat het ondernemerschap, dat gericht is op het maken van winst, zich niet verhoudt tot een gemiddeld uurtarief van € 20,78 maken dat ook ten aanzien van deze Deliveroo-gezichtspunten het verweer van Temper niet slaagt.
Al met al wordt de werkrelatie gekenmerkt door overwegend arbeidsrechtelijke factoren en niet, althans in veel mindere mate, door factoren die wijzen op écht ondernemerschap.
Het Temper-arrest is de volgende in de reeks platformuitspraken na Deliveroo en Uber en laat opnieuw zien dat de feitelijke werksituatie van doorslaggevende betekenis is. Dat is dus niet alleen in de klassieke werksituatie tussen werkgever en werknemer, maar ook in driehoeksituaties zoals deze. Voor Temper en vergelijkbare platforms heeft de kwalificatie als uitzendbureau verstrekkende arbeidsrechtelijke gevolgen. Temper moet als uitzendwerkgever voldoen aan de Waadi en de cao voor uitzendkrachten, maar denk ook aan pensioenopbouw via StiPP.
Heeft u vragen over de kwalificatie van uw arbeidsrelaties met platformwerkers of over de gevolgen van het Temper-arrest voor uw organisatie? Neem dan contact op met Lisa van Baarsel, Dunia Caillette of een van onze andere arbeidsrechtspecialisten.
Advocaat
Advocaat