Opbouw vakantiedagen tijdens een slapend dienstverband: duidelijkheid in zicht!
20 maart 2026
Het houdt de gemoederen in arbeidsrechtland al enig tijd bezig: bestaat bij een zogenaamd slapend dienstverband een recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon?
Tegenstrijdige kaders: Nederlandse wet en Europees Recht
De Nederlandse wet koppelt het opbouwen van vakantiedagen aan het loon. De opbouw van vakantiedagen stopt dus wanneer de wachttijd van 104 weken eindigt. Het Europese Recht hanteert een andere maatstaf en koppelt vakantiedagen niet aan het loon maar aan arbeid, inclusief arbeidsongeschiktheid. Op grond daarvan zouden zieke werknemers, ook ná die 104 weken, recht hebben op volledige opbouw van vakantiedagen.
Dat de verschillende kaders leiden tot onduidelijkheid blijkt uit de tegenstrijdige uitspraken over de opbouw van vakantiedagen na de einde wachttijd.
Geen opbouw van vakantiedagen ná einde wachttijd
In de uitspraken waarin de rechter oordeelt dat de werknemer geen vakantiedagen opbouwt na einde wachttijd wordt onder meer gerefereerd aan de recuperatiefunctie van vakantie. Na afloop van de wachttijd zou de werknemer geen (re-integratie)verplichtingen meer hebben en daardoor zou de vakantie zijn functie van herstel en rust verliezen. In deze uitspraken wijzen rechters ook op het feit dat werknemers met een slapend dienstverband een WIA-uitkering of WW-uitkering ontvangen, waarin recht bestaat op vakantiedagen met behoud van uitkering. Als de werknemer in dezelfde periode ook nog betaalde vakantiedagen bij de werkgever zou opbouwen, dan is dat dus dubbelop.
Wél opbouw van vakantiedagen ná einde wachttijd
In een eerdere blog wezen wij al op de uitspraak van de rechtbank Gelderland waar de kantonrechter oordeelde dat het nationale recht niet te verenigen is met artikel 31 lid 2 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie waarin is bepaald dat iedere werknemer recht heeft op jaarlijkse vakantie met behoud van loon. De rechter oordeelde dat artikel 7:634 BW daarom buiten toepassing moest worden gelaten. De werkgever eindigde in deze zaak met een veroordeling van de betaling van de tijdens het slapende dienstverband opgebouwde vakantiedagen.
Prejudiciële vragen Hoge Raad – wachten op een antwoord
Op 2 maart 2026 heeft de rechtbank Rotterdam bovengenoemde wisselvallige rechtspraak en onduidelijkheid onderschreven. De rechtbank overweegt dat procedures in de toekomst wisselvallig zullen blijven zonder uitsluitsel door de Hoge Raad op de vraag of vakantiedagen opgebouwd worden tijdens een slapend dienstverband. De rechtbank is daarom voornemens om een prejudiciële vraag voor te leggen aan de Hoge Raad. Hoewel het dus nog even zal duren is er voor werkgevers zicht op duidelijkheid over de opbouw van vakantiedagen na de einde wachttijd.