Advocaat & Partner
Na de uitspraken van 28 augustus 2019, 2 februari 2022 en 6 juli 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 16 juli 2025 weer een overzichtsuitspraak gedaan over woningsluitingen op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
In deze uitspraak zet de Afdeling de uitgangspunten uiteen die door de bestuursrechter worden gehanteerd bij de beoordeling van besluiten van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Op onderdelen lijkt sprake van een strengere toets, bijvoorbeeld op het gebied van tijdsverloop tussen het besluit en de daadwerkelijke sluiting. Op andere onderdelen lijkt eerder sprake van een nuancering, bijvoorbeeld over de vraag hoe het herstel van de openbare orde bij de noodzaak van de sluiting moet worden betrokken.
De Afdeling overweegt dat besluiten tot sluiting van woningen op grond van artikel 13b van de Opiumwet doorgaans indringend worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel omdat een woningsluiting een forse inbreuk kan maken op grondrechten van de bewoners. Deze toetsing aan het evenredigheidsbeginsel vindt (zoals bekend) plaats aan de hand van een beoordeling van geschiktheid, noodzaak en evenwichtigheid. In de uitspraak wordt achtereenvolgens ingegaan op de beoordeling van deze aspecten.
Tijdsverloop kan ertoe leiden dat het sluiten van een woning niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met de sluiting worden gediend. De burgemeester moet zowel in het primaire besluit, de beslissing op bezwaar als een eventueel nader genomen besluit beoordelen of sluiting op het tijdstip dat hem voor ogen staat, gelet op het tijdsverloop in samenhang bezien met de overige omstandigheden van het geval, een geschikt middel is en zo ja, of sluiting noodzakelijk is. Dit lijkt een strengere toets dan eerder werd gehanteerd.
Duidelijk is dat als de burgemeester de beoogde doelen niet meer kan bereiken omdat de situatie al is hersteld, de sluiting ongeschikt is. Als het doel nog kan worden bereikt, moet worden beoordeeld of de sluiting noodzakelijk is.
Daartoe dient te worden beoordeeld of het beoogde doel ook kan worden bereikt met een minder ingrijpend middel. De sluiting, een herstelsanctie, strekt tot beëindiging van de overtreding van de Opiumwet, het beëindigen van de negatieve effecten van de overtreding en het voorkomen van herhaling van de overtreding. Herstel van de openbare orde is geen doel op zich maar het ligt volgens de Afdeling voor de hand dat de burgemeester de effecten van de overtreding van de Opiumwet op de omgeving betrekt bij de beoordeling of de sluiting noodzakelijk is. In r.o. 10.2 noemt de Afdeling verschillende omstandigheden die van belang kunnen zijn bij de beoordeling of de sluiting noodzakelijk is. Genoemd worden:
Als de sluiting geschikt en noodzakelijk is moet de burgemeester zich er ook nog van vergewissen dat de sluiting in de gegeven omstandigheden ook evenwichtig is.
De voor bewoners nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de doelen die de burgemeester met de sluiting wil bereiken. Deze laatste houden doorgaans verband met de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk acht. Een sluiting met zware nadelige gevolgen voor de bewoners is niet per definitie onevenwichtig. Wel dient de burgemeester een zwaar gewicht toe te kennen aan mogelijk zeer ingrijpende gevolgen, die een inmenging in het recht van artikel 8 EVRM kunnen vormen. In r.o. 11.2 noemt de Afdeling de volgende omstandigheden die van belang zijn bij de beoordeling van de evenwichtigheid:
Als de burgemeester de nadelige gevolgen van een woningsluiting onevenwichtig vindt, moet hij afzien van sluiting. Wel zou in dat geval overwogen kunnen worden om een last onder dwangsom of een waarschuwing op te leggen.
Heeft u vragen over het onderwerp dan kunt u contact opnemen met Anke van de Laar ([email protected]) van La Gro of met een van de andere advocaten van het team Overheid.
Advocaat & Partner