Nieuwe Energiewetgeving: kansen voor lokaal eigendom en duurzame samenwerking
22 juli 2025
Actieve deelname van burgers en organisaties aan de energietransitie
De energietransitie verandert het energiesysteem van Nederland fundamenteel. Een belangrijk aspect van de transitie is de actieve rol van burgers en organisaties in de energievoorziening. Juridische erkenning van deze rol blijkt onder andere uit Europese richtlijnen, zoals artikel 16 van de Elektriciteitsrichtlijn (2019/944) en artikel 22 van de Richtlijn Hernieuwbare Energie (2018/2001).
Lokaal eigendom ontwikkelt zich in de richting van collectiviteit, waarbij omgevingspartijen niet alleen eigenaar zijn (van een deel) van de productie-installatie, maar de opgewekte stroom en warmte ook kunnen delen, opslaan en verkopen. Door slimme toepassingen zijn coöperaties en Smart Energiehubs tegenwoordig gelijktijdig consument en producent van duurzame energie (prosumers) en zij kunnen actief deelnemen aan het energiesysteem door markt-, netwerk- of systeemdiensten te leveren (flexumers). De nieuwe Energiewet en Wet collectieve warmte verankeren de rol van deze energie- en warmtegemeenschappen, in lijn met Europese richtlijnen en de afspraken in het Nederlandse Klimaatakkoord.
Juridische kaders en voorwaarden uit de nieuwe Energiewetgeving
De definities van energiegemeenschappen en warmtegemeenschap in respectievelijk de Energiewet en de Wet collectieve warmte komen grotendeels overeen. Beide gemeenschappen moeten een juridische entiteit zijn die:
ten behoeve van haar leden, vennoten of aandeelhouders activiteiten verricht op de energiemarkt/als warmtebedrijf;
als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden, vennoten of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is;
niet is gericht op het maken van winst; en
in het geval van een warmtegemeenschap gebruik maakt van duurzame warmtebronnen als belangrijkste warmtebron.
Verder moeten de statuten van beide typen gemeenschappen open participatie en vrijwillig uittreden mogelijk maken, met de daadwerkelijke zeggenschap in handen van de leden, vennoten of aandeelhouders. Warmtegemeenschappen dienen bovendien stevig lokaal geworteld te zijn. De Energiewet biedt daarnaast ruimte voor energiegemeenschappen om onder bepaalde voorwaarden zelf energie of gas te leveren en te delen zonder vergunning.
Governance: maatwerk vereist
De keuze voor een bepaalde juridische vormgeving van de gemeenschap vereist maatwerk, omdat het doel en de activiteiten en de bedoeling van de deelnemers doorslaggevend zullen zijn in de uiteindelijke keuze.
De Energiewet biedt ruimte voor flexibiliteit in lidmaatschapseisen en stemverdeling wanneer een energiegemeenschap of Smart Energiehub betrokken is bij de ontwikkeling van hernieuwbare energieprojecten. In dit kader zijn de verschillen tussen een BV en een coöperatie relevant. Zo kunnen deze rechtsvormen wezenlijk van elkaar afwijken in zaken als de benoeming van bestuurders, de verdeling van stemrechten, de verplichtingen van leden of aandeelhouders en de bescherming van minderheden.
Een warmtegemeenschap houdt zich als warmtebedrijf bezig met het transport en de levering van warmte en de productie of inkoop ten behoeve daarvan. De Wet collectieve warmte staat diverse governanceconstructies toe. De meest eenvoudige optie is om de afnemers van de warmte te organiseren in een coöperatie, die vervolgens volledig eigenaar is van een BV. Deze BV fungeert als warmtebedrijf en sluit o.a. contracten met de aannemers, de financierders en de leveringscontracten met warmte afnemers. Afnemers van de warmte kunnen er ook voor kiezen om als coöperatie deel te nemen in een publiek warmtebedrijf of een publieke een joint-venture. Binnen deze constructie zijn het leveringsbedrijf en het warmtenetbedrijf afzonderlijke BV’s en deze vormen vervolgens gezamenlijk een integraal warmtebedrijf.
Nieuwe kansen voor lokale initiatieven dankzij de nieuwe Energiewetgeving
De nieuwe Energiewetgeving bouwt voort op bestaande energiecoöperaties en stimuleert collectief lokaal eigendom. Energie- en warmtegemeenschappen worden voortaan juridisch erkend als producent van duurzame energie en warmte en mogen deze distribueren. Zo wordt de afhankelijkheid van commerciële partijen verkleind en krijgen decentrale overheden meer mogelijkheden om klimaatdoelen te realiseren.
Op basis van Europese richtlijnen en de nieuwe wetgeving kunnen ondernemingen, provincies, gemeentes en waterschappen door deelname betrokken raken bij de professionaliseringsslag van energie- en warmtegemeenschappen. Decentrale overheden kunnen ook hun eigen subsidieregeling opzetten. Wel is aandacht voor het staatssteunrecht nodig; vrijstellingen voor steun aan duurzame initiatieven zijn echter beschikbaar.
Contact
Heeft u vragen over de oprichting en de begeleiding van energie- of warmtegemeenschappen, de staatssteunrechtelijke aspecten van groene initiatieven of over de Energiewetgeving en de Wet collectieve warmte? Neem dan gerust contact op met een van onze Energierecht specialisten.