Van aansluiting tot aanbesteding: recente amendementen van de Wcw
31 juli 2025
Een meerderheid van de Tweede Kamer stemde op 3 juli 2025 in met de Wet Collectieve Warmte (Wcw). Na het zomerreces volgt stemming in de Eerste Kamer. In aanvulling op een voorgaande blog waarin de hoofdlijnen van de Wcw worden geschetst, behandelt dit blog een aantal opvallende amendementen die aan het einde van het wetgevingstraject zijn aangenomen.
Aansluitregelingen voor VvE’s
Een gemeente krijgt in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) een aanwijsbevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar het transport van aardgas na een redelijke termijn van minimaal 8 jaar kan worden beëindigd. VvE’s krijgen de bevoegdheid om in deze aardgasvrije gebieden namens alle leden een aansluitovereenkomst met een warmtebedrijf te sluiten. Het uitgangspunt is dat VvE’s worden aangesloten op het warmtenet, tenzij een vereniging aangeeft hier van af te zien. VvE’s mogen namelijk ook zelf zorgen voor een alternatieve duurzame warmtevoorziening, zoals individuele warmtepompen.
Leden van een VvE moeten een besluit gaan nemen over hun toekomstige warmtevoorziening. Er gaat een bezwaartermijn van 2 maanden gelden waarbinnen (individuele) leden kunnen aangeven niet te willen deelnemen aan de collectieve aansluiting. Uitsluiting van deelname vindt alleen plaats indien dit vanuit technisch en financieel perspectief redelijkerwijs mogelijk is. In beginsel zijn individuele leden dus verplicht om mee te werken. De VvE mag de aansluitkosten op een evenredige manier verhalen op alle aangeslotenen. Met deze ingrijpende regelingen wil de wetgever voorkomen dat een gebouw zonder voorziening voor verwarming en warm tapwater komt te zitten.
Vrijstelling voor kleine collectieve warmtesystemen buiten warmtekavels
Kleine collectieve warmtesystemen en systemen van VvE’s buiten vastgestelde warmtekavels hoeven geen ontheffing aan te vragen voor het leveren van warmte aan hun huurders/leden. De eerder voorgestelde ontheffingsplicht voor dergelijke systemen vervalt daarmee. De ACM oordeelt over de geschiktheid van warmtebedrijven die gebruik willen maken van de vrijstellingsregeling. Een vrijstelling geldt voor 30 jaar en vereist melding bij het college van burgemeester en wethouders en de ACM. De vrijstelling kan vervallen wanneer een klein collectief warmtesysteem het aantal van 1500 aansluitingen overschrijdt.
Aanpassing groepsverbod infrastructuurbedrijven
In beginsel mogen de beheerders van energiedistributiesystemen niet ook energie produceren, leveren of verhandelen (ook wel het ‘’groepsverbod’’). Door de Wcw kunnen dergelijke infrastructuurbedrijven door deelname in bepaalde typen warmtebedrijven nu toch onder voorwaarden participeren op de markt voor warmtelevering. Ook staat de Wcw toe dat een infrastructuurbedrijf een warmteservicebedrijf vormt samen met een onderneming die actief is als producent of leverancier op de gas en elektriciteitsmarkt. Dit warmteservicebedrijf mag diensten verrichten voor een aangewezen warmtebedrijf, onder meer in het kader van levering, transport en beheer.
Op dit moment is er al een markt voor warmteservicebedrijven. Ter bescherming van de marktwerking worden er voorwaarden gesteld aan de toetreding door infrastructuurbedrijven, waaronder een verbod op verplichte dienstafname bij investeringen en een maximale looptijd voor uitbestedingsovereenkomsten. Verder behouden aangewezen warmtebedrijven de regie over leverings- en aansluitovereenkomsten. Een evaluatie na zeven jaar en aanvullend onderzoek moeten verdere beleidsbijsturing mogelijk maken.
Overgangsrecht lopende aanbestedingen
Op meerdere locaties in Nederland gaan dit jaar aanbestedingsprocedures voor collectieve warmtevoorzieningen van nieuwbouwprojecten van start. De looptijd van deze procedures doorkruist de inwerkingtreding van de Wcw. Ter voorkoming van kosten en vertraging kunnen warmtebedrijven die betrokken zijn bij reeds gestarte aanbestedingsprocedures op grond van een overgangsregeling onder voorwaarden een warmtebedrijf aangewezen worden in een warmtekavel. Deze overgangsregeling ziet in beginsel alleen op vergevorderde aanbestedingsprocedures; de gunningsbeslissing moet uiterlijk 3 maanden na inwerkingtreding van de Wcw worden genomen, waarna nog 3 maanden resteren voor ondertekening.
Contact
Heeft u vragen over warmtevoorzieningen, warmtebedrijven of de Wet collectieve warmte? Neem dan contact op met een van onze Energierecht specialisten. Wij denken graag met u mee!