Advocaat
Advocaat & Managing partner
Werk je al jaren samen met een vaste partij en heb je bij aanvang van de samenwerking een duurovereenkomst opgesteld? Dan is het verstandig om deze overeenkomst eens kritisch tegen het licht te houden. Past de overeenkomst nog bij de huidige situatie, of is de overeenkomst inmiddels achterhaald? Een recente uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:763) onderstreept het belang van het tijdig herzien van overeenkomsten. Sophie ten Broecke en Pieter van Deurzen schreven een annotatie bij het genoemde arrest (JIN 2025/89), waarin zij de rol van de redelijkheid en billijkheid bij duurovereenkomsten toelichten.
Twee transportbedrijven werkten jarenlang samen met pakketvervoerder DPD. De samenwerking werd steeds intensiever, maar de contracten bleven ongewijzigd. Aan het begin van de samenwerking zijn partijen een opzegtermijn van slechts één maand overeengekomen. Na verloop van tijd breidden de samenwerkingen steeds meer uit en werden de transportbedrijven steeds afhankelijker van hun werkzaamheden voor DPD. Na samenwerkingen van respectievelijk acht en 11 jaar zegt DPD de overeenkomsten op, met inachtneming van de opzegtermijn van één maand. De transportbedrijven stellen zich op het standpunt dat deze opzegtermijn niet meer redelijk is, gezien de lange en geïntensiveerde samenwerking. Partijen leggen het geschil voor aan de rechter.
Het gerechtshof past de contractuele opzegtermijn van één maand aan en acht een langere opzegtermijn van drie maanden redelijk, gelet op de toegenomen omvang van de samenwerking sinds het sluiten van de overeenkomst.
De Hoge Raad fluit het hof terug. Het hof past namelijk een verkeerde wettelijke maatstaf toe. De Hoge Raad overweegt dat een contractuele opzegtermijn niet zomaar kan worden aangepast via de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 1 BW).
De aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid kan een contractuele regeling niet terzijde stellen volgens de Hoge Raad. Om een contractuele bepaling terzijde te stellen moet je immers een beroep doen op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW). In dat geval geldt het onaanvaardbaarheidscriterium.
Het hof had dus moeten toetsen of de contractuele opzegtermijn in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. Dit is een zwaar criterium waar het hof niet aan voorbij had mogen gaan. Rechters moeten terughoudend omgaan met het terzijde stellen van een contractuele regeling, dus dat maakt het des te belangrijker om overeenkomsten tussentijds te beoordelen.
Bedrijven werken vaak langdurig samen, waarbij de samenwerking kan veranderen of intensiveren. Het is dan essentieel om te controleren of de contractuele afspraken nog aansluiten bij de huidige situatie. Anders loop je het risico dat je bij de beëindiging van de samenwerking vastzit aan een opzegtermijn die geen recht doet aan de huidige situatie en die de rechter niet zomaar kan aanpassen.
Dit arrest illustreert dat het niet herzien van overeenkomsten kan leiden tot nadelige gevolgen; de oorspronkelijke contractuele regeling blijft van kracht. Goed contractmanagement is daarom essentieel.
Wil je een duurovereenkomst laten beoordelen of aanpassen, of heb je advies nodig over de opzegging van een duurovereenkomst? Neem dan contact op met Sophie ten Broecke, Pieter van Deurzen of een van onze andere specialisten uit het team Commerciële Contracten.
Advocaat
Advocaat & Managing partner