x (1)

Commerciële Contracten

& Commercial Litigation

In een wereld die steeds verder internationaliseert en steeds complexer wordt als gevolg van toenemende regelgeving, is het van groot belang om de basis van het ondernemen goed op orde te hebben. Daarom heeft een team advocaten van La Gro zich binnen het ondernemingsrecht gespecialiseerd in het nationale en internationale contractenrecht. Commerciële contracten staan immers aan de basis van ieder business model. Onze specialisten beschikken over jarenlange ervaring in het opstellen van en onderhandelen over commerciële contracten. Denk hierbij aan distributieovereenkomsten, franchiseovereenkomsten, samenwerkingsovereenkomsten, aandeelhouders- en managementovereenkomsten en algemene voorwaarden.   

Daarnaast begeleiden wij ondernemers bij commerciële geschillen over vastgelopen onderhandelingen of beëindigde overeenkomsten. Wij adviseren over de beste strategie waarbij het doel nooit uit het oog wordt verloren. Waar mogelijk, lossen wij een geschil op middels onderhandeling. Indien dit geen oplossing biedt, staan wij, met onze ruimte proceservaring, ondernemingen bij in procedures bij de civiele rechter en in arbitrageprocedures. 
Indien nodig, beschikt La Gro  overeen gespecialiseerde incassoafdeling waar alle voorkomende werkzaamheden ter incassering van vorderingen verzorgd kunnen worden. 

Franchiseovereenkomsten 
Sinds 1 januari 2021 is de nieuwe franchisewet van kracht. Op grond van deze wet dient een franchiseovereenkomst aan diverse eisen te voldoen.  Ons ervaren franchiserecht team treedt op als sparringspartner, stelt franchiseovereenkomsten op en kunnen u bijstaan in onderhandeling en procedures. In geval van nieuwe wetgeving of verandering van de formule, passen wij tevens bestaande overeenkomsten aan.  

Bel: 0172-503 250

Publicaties

LGGA – Lennart Hoeksema
Lennart Hoeksema
Advocaat
CBAM! (Carbon Border Adjustment Mechanism): aanvullende verplichtingen voor importeurs van koolstofintensieve producten
De Europese Unie (EU) is volop bezig met het invoeren van nieuwe wetgeving om haar groene doelstellingen onder de Green Deal te behalen. Een voorbeeld hiervan is het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM), waaronder importeurs van koolstofintensieve goederen van buiten de EU meer verplichtingen wordt opgelegd. Wat is het CBAM precies en wat voor gevolgen heeft het voor importeurs? CBAM[1] is ingevoerd om ‘koolstoflekkage’ tegen te gaan. Koolstoflekkage is het fenomeen waarbij productie van koolstofintensieve producten wordt verplaatst naar landen met minder strenge klimaatregels – vaak buiten de EU – zodat, ondanks de inspanningen van de EU, er nog steeds geen reductie van CO2-uitstoot plaatsvindt bij de productie. Hoewel deze landen soms gunstigere tarieven bieden voor het vervaardigen van koolstofintensieve goederen, heeft het verplaatsen van de productie naar landen buiten de EU vaak tot gevolg dat er per saldo meer CO2 wordt uitgestoten. Onder het CBAM wordt er een eerlijke prijs gezet op de koolstof die wordt uitgestoten tijdens de productie van koolstofintensieve producten die zijn vervaardigd buiten de EU, maar door de lidstaten van de EU worden geïmporteerd. Op deze wijze wordt er een gelijkwaardige koolstofprijs betaald voor binnenlandse en ingevoerde producten. Dit creëert een gelijk speelveld tussen Europese en niet-Europese producenten. Daarnaast worden ook niet-Europese landen aangemoedigd om een schonere industriële productie van de koolstofintensieve goederen te bewerkstelligen. Het CBAM is onderdeel van het plan van de EU om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 55% te verminderen, ook wel bekend als het ‘Fit for 55’ pakket. CBAM-goederen; toepassingsbereik Het CBAM is van toepassing op de import van bepaalde koolstofintensieve goederen: cement, ijzer en staal, aluminium, meststoffen, elektriciteit en waterstof (“CBAM-goederen”).  De volledige lijst van goederen waarop het CBAM van toepassing is, is te vinden Bijlage I van het CBAM. Het CBAM is van toepassing wanneer de CBAM-goederen worden ingevoerd in het douanegebied van de EU. Het CBAM wordt gefaseerd ingevoerd. Vanaf oktober 2023 tot en met december 2025 dienen importeurs elk kwartaal te rapporteren hoeveel CO2 er is uitgestoten bij de productie van de geïmporteerde CBAM-goederen. Meer in het bijzonder dient er te worden gerapporteerd over de hoeveel CBAM-goederen zijn ingevoerd, hoeveelheid directe en indirecte intrinsieke emissies van deze geïmporteerde CBAM-goederen en de koolstofprijs die betaald is in het land van oorsprong van de intrinsieke emissies. Hoe er precies gerapporteerd dient te worden, is te vinden in de uitvoeringsverordening van het CBAM.[2] Vanaf 2026 dienen importeurs die CBAM-goederen willen importeren een toelating aan te vragen, voordat zij CBAM-goederen mogen importeren. Daarnaast moeten importeurs van CBAM-goederen CO2-certificaten aankopen om de CO2 die is uitgestoten bij de productie van de CBAM-goederen te corrigeren. De prijs van deze certificaten zal gelijk zijn aan de prijs van CO2-emissierechten in de EU. Bedrijven die niet voldoen aan de verplichtingen onder het CBAM kunnen worden beboet door de betreffende lidstaat. Contact Benieuwd wat het CBAM voor u betekent? Neem dan contact op met Lennart Hoeksema of een van onze specialisten uit ons ESG team.   [1] Verordening EU 2023/956. [2] Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1773.  
Thomas Timmers
Thomas Timmers
Advocaat
Franchise: Schending standstill-periode? Vernietiging franchiseovereenkomst!
Per 1 januari 2023 is de overgangsperiode voor de nieuwe Franchisewet verstreken. Per die datum zijn dus ook de laatste artikelen van de nieuwe Franchisewet van kracht en dienen alle franchiseovereenkomsten in overeenstemming te zijn met de Franchisewet. In deze bijdrage wordt ingegaan op de “standstill-periode”. Om het geheugen op te frissen: de franchisegever moet ten minste vier weken voor het sluiten van de franchiseovereenkomst bepaalde informatie verstrekken aan de beoogde franchisenemer. Die termijn van vier weken is bedoeld als een termijn voor beraad voor de beoogd franchisenemer waarbij de beoogd franchisenemer over alle informatie beschikt om tot een weloverwogen besluit te kunnen komen over het al dan niet ondertekenen van de aangeboden franchiseovereenkomst. Informatie omvat bijvoorbeeld een concept van de franchiseovereenkomst en een franchise handboek. Deze termijn van vier weken wordt de “standstill-periode” genoemd. Tijdens deze standstill-periode mag de franchisegever geen wijzigingen aanbrengen in het ontwerp van de aan de beoogd franchisenemer voorgelegde franchiseovereenkomst (tenzij de wijziging tot voordeel van de franchisenemer strekt), geen overeenkomst sluiten met de franchisenemer en mogen geen betalingen of andere betalingen met het oog op de aanstaande franchiserelatie van de franchisenemer worden gevraagd. Wat als de franchisegever zich niet houdt aan de standstill-periode? Op 15 maart 2023 heeft de rechtbank Noord-Holland een uitspraak gedaan in een kwestie waarbij een franchiseovereenkomst is ondertekend binnen de standstill-periode van (tenminste) vier weken. In deze procedure vorderde de franchisegever betaling van een aantal facturen van de franchisenemer. De franchisenemer verweert zich met de stelling dat de franchisegever zich niet heeft gehouden aan de standstill-periode van vier weken. De franchisenemer vordert vernietiging van de franchiseovereenkomst. De infomatie was door de franchisegever op 25 mei 2021 aan franchisenemer verschaft. Op 11 juni 2021 is de franchiseovereenkomst door beide partijen ondertekend voor akkoord. De franchiseovereenkomst zou op 1 oktober 2021 in werking treden. Kort nadat de franchiseovereenkomst in werking was getreden, bleek de franchisenemer diverse facturen niet te willen betalen. De franchisegever maakte een incassoprocedure aanhangig bij de rechtbank Noord-Holland om de facturen te innen. De franchisenemer verweerde zich met een beroep op schending van de standstill-periode door de franchisegever. Er was immers geen termijn van vier weken in acht genomen tussen het verstrekken van de informatie en de ondertekening van de franchiseovereenkomst. De franchisenemer vorderde vernietiging van de franchiseovereenkomst. De franchisegever betwistte dat zij de verplichte standstill-periode niet in acht had genomen, omdat de franchiseovereenkomst weken na de ondertekening pas in werking trad. De overeenkomst trad namelijk in werking op 1 oktober 2021, 16 weken na het verstrekken van de informatie. De termijn van vier weken was volgens de franchisegever dus ruim in acht genomen. De rechtbank ging daar niet in mee. De kantonrechter oordeelde dat uit artikel 7:914 lid 1 BW duidelijk blijkt dat de informatie vier weken voor het sluiten van de overeenkomst moet worden verstrekt. Aangezien partijen de franchiseovereenkomst op 11 juni 2021 hadden ondertekend, was de overeenkomst op die datum gesloten. De verplichte standstill-periode van vier weken was dus volgens de kantonrechter niet nageleefd.  De rechter oordeelde dat de franchisenemer de facturen van de franchisegever niet verschuldigd was en dat de franchiseovereenkomst werd vernietigd. Gevolg van deze vernietiging is dat de franchiseovereenkomst wordt geacht nooit te hebben bestaan. De facturen die voortvloeien uit die franchiseovereenkomst waren daarom niet verschuldigd. Er was namelijk geen grondslag meer voor de betaling van die facturen. De franchisegever werd ook veroordeeld in de proceskosten. Conclusie: Vergeet de standstill-periode niet! Contact Heeft u vragen over de nieuwe Franchisewet of de ‘standstill-periode’? Neem dan contact op met Thomas Timmers of een andere specialist. 
Dewi Britsemmer 2
Dewi Britsemmer
Advocaat
Mag ik als aannemer het werk stilleggen als ik niet betaald word?
We zien regelmatig dat aannemers de uitvoering van het werk schorsen, als facturen niet (tijdig) betaald worden. Aan de andere kant wil de opdrachtgever soms (nog) niet betalen voor werk dat nog niet klaar is, of voor werk wat niet (helemaal) conform de opdracht is uitgevoerd. Met als gevolg dat het werk stil kan komen te liggen en (mogelijk) niet meer op tijd opgeleverd kan worden. Mag je als aannemer het werk stil leggen? Wat zijn de rechten en plichten als aannemer wat dat betreft? Maatregelen uit de UAV In de UAV, de Uniforme Administratieve Voorwaarden, staan de regels waarin de opdracht tot aanneming van werk, de uitvoering door de aannemer van het door de opdrachtgever opgedragen werk, wordt geregeld. De UAV worden al tientallen jaren gebruikt als algemene voorwaarden tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. In de UAV staan verschillende regelingen met betrekking tot kostenvergoeding, zoals betalingen in termijnen of met een voorschot, zodat materiaal besteld kan worden. Ook staan er maatregelen in die partijen kunnen nemen als niet aan bepaalde verplichtingen, zoals het tijdig betalen van de facturen of het niet voortvarend uitvoeren van het werk, wordt voldaan. Schriftelijke aanmaning Een opdrachtgever en aannemer sluiten voorafgaand aan een bouwproject een contract, een wederkerige overeenkomst. Dit betekent dat beide partijen over en weer iets moeten doen, moeten presteren: het werk moet betaald worden en het werk moet tijdig en deugdelijk worden uitgevoerd. Wordt hier niet aan voldaan, dan betekent dit niet direct dat de aannemer het werk mag stilleggen, of dat de opdrachtgever niet meer hoeft te betalen. Als de UAV 2012 of de UAV-GC 2005 van toepassing zijn, mag de aannemer het werk pas stilleggen als de opdrachtgever gedurende een bepaalde periode, ondanks een schriftelijke aanmaning met vermelding van de mogelijkheid van schorsing, in gebreke blijft met de tijdige betaling van de aanneemsom. Omgekeerd is de opdrachtgever onder omstandigheden niet gebonden aan (data van) betaaltermijnen als de stand van het werk niet overeen komt met de termijnfacturen. Proportionele opschorting Opschorting is het ‘paardenmiddel’ in de UAV. De aannemer legt dan tijdelijk het werk stil. De aannemer kan de opdrachtgever daarmee onder druk zetten om alsnog te betalen, maar die maatregel is niet zonder risico. Als de aannemer namelijk ten onrechte schorst, dan is deze zelf in verzuim. Bovendien moet de opschorting proportioneel zijn en in verhouding staan tot de gestelde betaalachterstand van de opdrachtgever. Kortom: leg het werk alleen stil als de betalingsachterstand, ook na aanmaning, héél ernstig is. Opschorting bij termijnbetalingen Ook de betalingsregeling die voorafgaand aan het bouwproject overeen is gekomen, bepaalt of en hoe u kunt opschorten. Bij termijnbetalingen moet de opdrachtgever betalen nadat de aannemer het werk voor die termijn deugdelijk hebt uitgevoerd. Zolang de aannemer het werk voor die termijn niet of niet goed heeft uitgevoerd, is de opdrachtgever niet verplicht te betalen en is opschorten van het werk in dat geval niet gerechtvaardigd. Gevolgen in verzuim zijn Als de aannemer het werk zonder opeisbare vordering stil legt, dus als het betreffende deel van de aanneemsom nog niet verschuldigd is, dan komt de aannemer daarmee zelf in verzuim. De opdrachtgever kan dan niet in verzuim raken zolang de aannemer nog niet gedaan heeft wat hij moest doen voor die termijn, óók niet als de daarop betrekking hebbende factuur niet betaald wordt. Bent u als aannemer in verzuim, dan kan dit de opdrachtgever het recht geven om de overeenkomst te ontbinden en het werk te laten afronden door een andere aannemer. Bovendien heeft de opdrachtgever dan mogelijk recht op een schadevergoeding. Bijvoorbeeld als de opdrachtgever door uitstel van de oplevering een tijdelijke woon- of bedrijfsruimte voor een langere periode moet huren en daardoor extra kosten maakt. Of als de opvolgende aannemer duurder is, de redelijke extra kosten om het werk conform overeenkomst af te ronden kunnen dan als schadevergoeding aan de opdrachtgever verschuldigd zijn. Ook kan de aannemer een boete verschuldigd zijn als het werk door de schorsing later wordt opgeleverd dan overeengekomen. Leg het werk niet zomaar stil Leg het werk daarom niet te snel stil als de opdrachtgever niet (tijdig) betaald. Kijk eerst of de opdrachtgever wellicht een reden heeft om de aannemer (tijdelijk) niet te betalen. En kijk of de aannemer een opeisbare vordering tot betaling heeft. Heeft de aannemer een opeisbare vordering, kijk dan of de aannemer voldoet aan de vereisten voor opschorting en of het stilleggen in de gegeven omstandigheden proportioneel is en in verhouding staat tot de betalingsachterstand. Neem geen onnodige risico’s en overleg eerst met een advocaat. De advocaten van La Gro hebben tientallen jaren ervaring in de bouw- en vastgoedsector en zijn gespecialiseerd in de verschillende bouwcontracten. Zij werken onder andere voor aannemers, architecten, bouwbegeleiders, overheden, woningcorporaties en projectontwikkelaars. Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen? Neem vrijblijvend contact met ons op voor een nadere kennismaking!
Wim van Meegdenburg 1
Wim van Meegdenburg
Advocaat
Uiterlijk 31 december" is niet altijd uiterlijk 31 december
Hoewel de partijen bij een overeenkomst met betrekking tot de verkoop een pand hebben afgesproken dat de koper het pand uiterlijk op 31 december 2011 zou afnemen, mocht de koper er volgens de Hoge Raad vanuit gaan dat hij ook ná die datum aan zijn verplichtingen kon voldoen. Verzuim Als een partij bij een overeenkomst niet of te laat aan zijn verplichtingen voldoet, dan is zij aansprakelijk voor de schade die de andere partij als gevolg daarvan lijdt. Deze aansprakelijkheid treedt in vanaf het moment waarop de schuldenaar in verzuim is. Voordat sprake is van verzuim, zal de schuldeiser de schuldenaar in de regel in gebreke moeten stellen. Deze ingebrekestelling heeft als doel om de schuldenaar een laatste termijn te bieden waarin de schuldenaar alsnog aan zijn verplichtingen kan voldoen, zonder dat de schuldenaar aansprakelijk is voor de eventuele schade van de schuldeiser. Fatale termijn Voor verzuim is niet altijd een ingebrekestelling vereist. Verzuim kan ook intreden, als de partijen een bepaalde termijn hebben afgesproken, waarbinnen de verplichtingen moet worden voldaan. Niet iedere termijn heeft een zodanige werking: enkel als een termijn kwalificeert als een “fatale termijn” levert een overschrijding van die termijn verzuim van de schuldenaar op en is geen ingebrekestelling vereist. Als de termijn echter zó moet worden opgevat als dat de schuldeiser niet eerder dan vóór het einde van die termijn hoeft te presteren, dan levert een overschrijding van die termijn evenwel geen verzuim op. In dit laatste geval zal de schuldeiser de schuldenaar alsnog in gebreke moeten stellen, wil hij de schuldenaar kunnen aanspreken voor eventuele schadevergoeding. Met betrekking tot termijnen in overeenkomsten die zien op de nakoming van de verplichtingen van de partijen, is de hoofdregel dat dergelijke termijnen als fatale termijnen kwalificeren. De schuldenaar zal in de regel feiten en omstandigheden moeten stellen en bewijzen die aantonen dat er géén sprake was van een fatale termijn en dat hij dus niet in verzuim is met het voldoen van zijn verplichtingen. Hoge Raad Het arrest van de Hoge Raad van 31 januari 2020 is een voorbeeld van een geval waarin geen sprake was van een fatale termijnoverschrijding, ondanks het feit dat de overeenkomst een termijn stelde waarbinnen moest worden gepresteerd. In dit geschil hadden de koper en de verkoper afgesproken dat de koper uiterlijk 31 december 2011 het pand van de verkoper zou afnemen. De koper heeft dit uiteindelijk niet gedaan. Hoewel het hof Arnhem-Leeuwarden – met bekrachtiging door de Hoge Raad – erkende dat de woorden “uiterlijk 31 december 2011” in algemeen spraakgebruik “niet later dan 31 december 2011” betekenen, hoeft dat niet altijd zo te zijn. In dit geval was dat ook niet zo en de Hoge Raad overwoog dan ook dat er gelet op de omstandigheden van het geval geen sprake was van een fatale termijnoverschrijding. De koper mocht er volgens de Hoge Raad vanuit gaan dat hij ook ná 31 december 2011 het pand van de verkoper kon afnemen en was dus nog niet in verzuim. Denk vooruit Een bepaalde termijn in een overeenkomst geldt niet altijd als fatale termijn. In sommige gevallen is er ruimte voor een andere uitleg. Hierbij is niet alleen de overeenkomst maar zijn ook de overige feiten en de omstandigheden van belang. Indien het dus gewenst is dat een partij binnen een bepaalde termijn aan haar verplichtingen voldoet, dan is het van belang dat de termijn duidelijk wordt omschreven. Meer informatie Vragen over contracten en/of de niet nakoming daarvan? Neem contact op met Wim van Meegdenburg of een van onze andere specialisten.
Fabio Canovai 2
Fabio Canovai
Advocaat
Denk bij het sluiten van een borgtochtovereenkomst aan de echtgenoot
Begin dit jaar werd in twee arresten weer eens duidelijk dat als de echtgenoot geen toestemming heeft gegeven voor het sluiten van een borgtochtovereenkomst dit verstrekkende gevolgen kan hebben. De echtgenoot kan dan in sommige gevallen de vernietiging van de overeenkomst inroepen. Dat betekent dat de borgtochtovereenkomst achteraf gezien niet heeft bestaan. Zekerheidsrechten en borgtochtovereenkomsten Wanneer een bank een lening verschaft zal zij zekerheid willen verkrijgen dat de lening ook daadwerkelijk zal worden terugbetaald door de schuldenaar. Dat kan op verschillende manieren. Er kan een zakelijk zekerheidsrecht worden gevestigd. Een voorbeeld hiervan is een hypotheekrecht op een woning of een pandrecht op een auto. Een andere optie is een persoonlijk zekerheidsrecht. Het gaat dan niet om rechten op een zaak, maar om rechten die ten opzichte van een bepaalde persoon kunnen worden uitgeoefend. Een voorbeeld van een persoonlijk zekerheidsrecht is een borgtochtovereenkomst. De strekking van een borgtochtovereenkomst is dat als de schuldenaar niet betaalt of geen verhaal biedt (bijvoorbeeld in het geval van faillissement) de schuldeiser de borg in beginsel kan aanspreken tot betaling van de schuld. Toestemmingsvereiste (1:88 BW) Belangrijk om te realiseren is dat een echtgenoot voor het aangaan van bepaalde (rechts)handelingen op grond van artikel 1:88 lid 1 BW de toestemming nodig heeft van de andere echtgenoot. De achterliggende gedachte is dat deze rechtshandelingen mogelijk ook gevolgen kunnen hebben voor de andere echtgenoot en/of het gezin. Het gaat dan om bijvoorbeeld de verkoop of bezwaring van de echtelijke woning, bovenmatige giften, koopovereenkomsten op afbetaling die niet onder de normale uitoefening van een beroep of bedrijf vallen en dus ook bepaalde borgtochtovereenkomsten. Als achteraf blijkt dat die toestemming er niet was, kan de echtgenoot in beginsel een beroep op vernietiging doen. Uitzonderingen en jurisprudentie Desondanks zijn er twee uitzonderingen bij borgtochtovereenkomsten. Ten eerste moet het specifiek gaan om borgtochtovereenkomsten die anders dan in de ‘normale uitoefening van beroep of bedrijf’ worden gesloten (aldus artikel 1:88 lid 1 onder c BW). Anders is in beginsel geen toestemming nodig. Daarover ging het eerste arrest van het hof ’s-Hertogenbosch van 12 februari jl. In deze zaak heeft het hof bepaald dat ook toestemming nodig was van de echtgenoot bij een opvolgende borgtochtovereenkomst. Volgens het hof was immers sprake van een verzwaring van de borgtochtovereenkomst, omdat de periode waarover de borg kon worden aangesproken werd verlengd. Het hof redeneert dat hiermee geen sprake meer is van een schuldvernieuwing, maar van een nieuwe verbintenis. Hierdoor was toestemming van de andere echtgenoot nodig en die was er niet zodat de overeenkomst kon worden vernietigd. Tweede uitzondering Een tweede uitzondering wordt gegeven door lid 5 van artikel 1:88 BW. Een bestuurder van een BV of NV die alleen of met medebestuurders de meerderheid van de aandelen bezit heeft geen toestemming nodig voor het aangaan van een borgtochtovereenkomst als het gaat om simpel gezegd een normale bedrijfsuitoefening. Hierover ging het tweede arrest van het hof Amsterdam van 5 februari jl. Het hof stelde voorop dat de beoordeling of van deze uitzondering sprake is afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval. In deze zaak had de borg een nieuwe borgtochtovereenkomst gesloten die tot gevolg had dat de borg voor een aanzienlijk lager bedrag aansprakelijk was. In andere woorden, een positief gevolg voor de borg. Wat het doel van de overeenkomst was kon in dit geval verder in het midden worden gelaten, aldus het hof. Gelet hierop redeneerde het hof dat in onderhavige geval sprake was van een normale bedrijfsvoering zodat toestemming niet nodig was en de overeenkomst niet door de andere echtgenoot kon worden vernietigd. Denk vooruit: check voor toestemming Bij het sluiten van een borgtochtovereenkomst is het raadzaam om te controleren of de echtgenoot van de borg toestemming heeft gegeven. De toestemming moet schriftelijk of langs elektronische weg worden verleend als de wet dat voorschrijft (artikel 1:88 lid 3 BW). Als dit wordt nagelaten loopt de schuldeiser een risico dat de borgtochtovereenkomst achteraf wordt vernietigd. Wel is er een ‘ontsnapping’ mogelijk als het gaat om een borgtochtovereenkomst i) die in de ‘normale uitoefening van beroep of bedrijf’ wordt gesloten of ii) die door een bestuurder van een BV of NV wordt gesloten die valt onder de normale bedrijfsuitoefening. In dat geval is toestemming niet vereist van de echtgenoot. Wanneer daarvan sprake is, verschilt per zaak. Contact Wilt u meer weten over borgtochtovereenkomst en het toestemmingsvereiste? Neem dan gerust contact op met uw contactpersoon van onze sectie Contractenrecht of mr. Fabio Canovai via telefoonnummer 0172 – 503250 of per e-mail [email protected]
Thomas Timmers
Thomas Timmers
Advocaat
Algemene voorwaarden; hoe zat het ook alweer?
Regelmatig worstelen leveranciers en afnemers met het vraagstuk van algemene voorwaarden. Alhoewel duidelijk in de wet omschreven, is de wijze waarop het leerstuk in de praktijk uitwerkt niet altijd even helder. Daarom hieronder een voorbeeld en wat handvatten. Voorbeeld belang algemene voorwaarden Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde op 18 juni 2019 dat het uitsluiten in algemene voorwaarden van de mogelijkheid om een (huur)overeenkomst voor bepaalde tijd buitengerechtelijk te ontbinden of op te schorten, is toegestaan. Goed nieuws voor de gebruiker van deze voorwaarden dus! De betreffende bepaling luidde: “Tenzij partijen daarmee hebben ingestemd of anders zijn overeengekomen is algehele of gedeeltelijke tussentijdse ontbinding van de huurovereenkomst en opschorting van de verplichtingen uit de huurovereenkomst slechts mogelijk met tussenkomst van de rechter”. De huurder stelde – ondanks deze overeengekomen algemene voorwaarde – wel buitengerechtelijk te mogen ontbinden, omdat hij als consument wegens strijd met de ‘zwarte lijst’ van algemene voorwaarden, de bepaling zou kunnen vernietigen. Het gerechtshof ging daar niet in mee, en overwoog als volgt: “Artikel 28 van de Algemene Bepalingen sluit een beroep op ontbinding niet uit noch vormt het daarop een inhoudelijke beperking, maar het beperkt uitsluitend de wijze waarop de ontbinding kan worden ingeroepen, namelijk de buitengerechtelijke ontbinding van artikel 6:267 BW wordt uitgesloten. Naar ’s hofs oordeel wordt door deze beperking naar de vorm van de ontbinding het contractuele evenwicht van partijen niet aangetast, aangezien ook [geïntimeerde] als verhuurder de overeenkomst niet buitengerechtelijk kon ontbinden, gelet op het bepaalde in artikel 7:231 BW. In deze casus ging het niet zozeer om de vraag of de voorwaarden tussen partijen geldig waren overeengekomen, maar over de inhoud. Goed opgestelde voorwaarden zijn in het voordeel van de gebruiker. In het onderstaande geef ik wat algemene handvatten over het omgaan met algemene voorwaarden. Handvatten Algemene voorwaarden zijn van toepassing wanneer dat is overeengekomen. Hoe dat moet gebeuren, is vormvrij. Bij een geschil rust echter volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad op de gebruiker van algemene voorwaarden de ‘stelplicht en bewijslast’ van het ter hand stellen van de algemene voorwaarden dan wel dat er door de gebruiker op een andere wijze een redelijke mogelijkheid is geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Dat wil zeggen: de gebruiker moet aantonen dat de voorwaarden zijn verstrekt en overeengekomen zijn. Slaag je daar niet in, kunnen je algemene voorwaarden vernietigd worden en heb je er niets aan. Voorkom dat je met lege handen komt te staan en let op dat de juiste procedure wordt gevolgd! Meer informatie Heeft u vragen over algemene voorwaarden? Neem contact op met mr. Thomas Timmers.