Collectieve actie tegen Apple in Nederland: hoe de ‘virtuele ruimte’ van de App Store de bevoegde rechter bepaalt
09 december 2025
Op dinsdag 2 december 2025 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (“HvJEU”) uitspraak gedaan in de zaak van Stichting Right to Consumer Justice en Stichting App Store Claims tegen Apple. In deze zaak stellen de eisers dat Apple haar machtspositie heeft misbruikt door een commissie van 30% in te houden op aankopen die via de App Store plaatsvinden. Volgens de stichtingen hebben gebruikers hierdoor schade geleden. De stichtingen spanden onder de Wet Afwikkeling Massaschade in Collectieve Acties (“WAMCA”) een zaak aan bij de Rechtbank Amsterdam namens alle benadeelde gebruikers van de Nederlandse App Store. Deze zaak riep echter een belangrijke vraag op: is de Rechtbank Amsterdam wel bevoegd om zich over een dergelijk geschil te buigen, gezien het feit dat de getroffen gebruikers verspreid zijn over Amsterdam en de rest van Nederland?
Achtergrond
Op basis van artikel 7 punt 2 van Verordening 1215/2012 is een rechter bevoegd kennis te nemen van een geschil wanneer het schadeveroorzakende feit zich binnen zijn jurisdictie heeft voorgedaan of wanneer de schade daar is ingetreden. De Rechtbank Amsterdam oordeelde dat zij internationaal bevoegd was om het geschil tussen de stichtingen en Apple te behandelen. De rechtbank stelde vast dat de misbruikhandelingen van Apple op Nederlands grondgebied plaatsvonden, omdat de App Store specifiek voor de Nederlandse markt is ingericht en in het Nederlands wordt aangeboden. Bovendien trad de schade in Nederland op: de verhoogde prijzen werden daar betaald door gebruikers met een Nederlandse bankrekening.
De rechtbank twijfelde echter aan haar territoriale bevoegdheid en stelde daarom prejudiciële vragen aan het HvJEU. In Nederland bevinden zich immers elf arrondissementen waarbinnen verschillende rechtbanken bevoegd zijn. Bij een strikte toepassing van artikel 7 punt 2 van Verordening 1215/2012 kunnen gebruikers die schade in Nederland lijden door het handelen van Apple uitsluitend een vordering indienen bij de rechtbank in het arrondissement waar hun schade is ingetreden (i.e. vaak waar zij wonen). Een dergelijke strikte benadering zou betekenen dat de stichtingen hun collectieve vorderingen bij elf verschillende Nederlandse rechtbanken moeten indienen.
De uitspraak
Het HvJEU stelde dat de NL App Store en bepaalde apps die daar worden aangeboden specifiek zijn ontworpen voor de Nederlandse markt. Daarnaast is de voertaal van de NL App Store Nederlands. Hierdoor vormt de NL App Store een ‘virtuele ruimte’ die gelijkgesteld kan worden aan het gehele grondgebied van Nederland. De schade die voortvloeide uit aankopen in deze virtuele ruimte trad dan ook op in het gehele grondgebied van Nederland, ongeacht waar de betrokken gebruikers zich op het tijdstip van de aankoop bevonden. Elke Nederlandse rechtbank die op grond van artikel 7 lid 2 van Verordening 1215/2012 bevoegd is om kennis te nemen van het geschil, is daarmee dus tevens territoriaal bevoegd om voor alle gebruikers het gehele geschil te beoordelen. Een dergelijke centralisatie van rechtsmacht bij één rechter sluit aan bij de doelstellingen van Verordening 1215/2012, namelijk het verbeteren van de toegang tot de rechter en het voorkomen van parallelle procedures over hetzelfde geschil.
Implicaties van het Apple-arrest voor collectieve vorderingen
Deze uitspraak vergemakkelijkt de toegang tot de rechter voor exclusieve belangenbehartigers die namens grote groepen personen optreden. Wanneer een representatieve organisatie een collectieve actie start namens een voldoende omschreven groep die aankopen heeft gedaan in een ‘virtuele ruimte’, heeft elke rechtbank in het land waar die ruimte wordt aangeboden rechtsmacht over de gehele collectieve vordering.
Heeft u vragen over het hiervoor besproken arrest of collectieve acties? Neem contact op met Arnout Koeman of één van onze WAMCA-specialisten.