Herverdeling in de zorg: ruimte én grenzen volgens de ACM
15 april 2026
De Nederlandse zorgsector staat voor ingrijpende veranderingen. Stijgende zorgkosten, personeelstekorten en de roep om een toekomstbestendig zorglandschap dwingen ziekenhuizen, zorgverleners en zorgverzekeraars om nauwer samen te werken en de zorg her te verdelen. Maar samenwerking in de zorg raakt al snel aan het mededingingsrecht: wanneer zorginstellingen onderling afspraken maken over wie welke zorg levert, kan dat al snel kwalificeren als een verboden marktverdelingsafspraak. De Autoriteit Consument & Markt (“ACM”) heeft hierover recent een brief gepubliceerd, gericht aan de partijen die deelnemen aan de ‘Ronde Tafel Toekomstbestendig zorglandschap door concentratie en spreiding’. Dit is een belangrijk signaal voor alle zorgaanbieders en -verzekeraars die actief zijn in regionale samenwerkingsverbanden.
Beschrijving van de brief
De ACM constateert dat zorgmarkten sterk in beweging zijn. Zorgpartijen — waaronder patiëntenorganisaties, zorgverleners, ziekenhuizen en zorgverzekeraars — werken gezamenlijk aan een regionaal evenwichtig zorglandschap voor de toekomst. De Ronde Tafel, onder leiding van Zorginstituut Nederland, is het platform waar deze samenwerking gestalte krijgt.
De ACM erkent het maatschappelijke belang van deze ontwikkelingen en wil constructief meedenken. Tegelijkertijd benadrukt de toezichthouder dat afspraken over de herverdeling van zorg tussen zorginstellingen moeten worden getoetst aan de mededingingsregels. Dergelijke afspraken kunnen namelijk neerkomen op marktverdelingsafspraken — een van de zwaarste categorieën mededingingsovertredingen onder artikel 6 Mededingingswet en artikel 101 VWEU.
Om partijen rechtszekerheid te bieden, heeft de ACM aangegeven dat zij uit eigen beweging geen onderzoek zal instellen naar regionale zorgsamenwerkingen die de concurrentie mogelijk beperken, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Alle relevante partijen uit de zorgdriehoek van zorgaanbieders (waaronder medisch specialisten en verpleegkundigen), zorgverzekeraars en patiënten zijn betrokken.
Welke patiëntvertegenwoordiging betrokken moet zijn, is afhankelijk van de afspraken die gemaakt worden. Afhankelijk van het concrete geval is soms patiëntvertegenwoordiging nodig met specifieke aandoeningsinhoudelijke kennis.
Er concrete, meetbare en kenbare doelen zijn gesteld over betaalbare, beschikbare en goede zorg en alle relevante partijen deze afspraken steunen.
De ACM stelt daarmee handhavingsprioritering in: zij geeft aan waar haar handhavingsfocus niet op ligt, zonder dat de juridische verbodsnorm vervalt. De informatiebrief dient als leidraad voor partijen om hun samenwerking zo in te richten dat deze binnen de grenzen van het mededingingsrecht blijft.
Wat dit betekent voor uw zorgonderneming?
Voor zorginstellingen, zorgverzekeraars en andere zorgpartijen heeft dit bericht concrete implicaties:
Toetsingsplicht blijft bestaan. De mededeling dat de ACM niet proactief onderzoek doet, ontslaat partijen niet van de verplichting om hun samenwerkingsafspraken zelf te toetsen aan de mededingingsregels. Het verbod op marktverdelingsafspraken blijft onverkort van kracht.
Documenteer uw samenwerking zorgvuldig. Leg vast welke doelstellingen ten grondslag liggen aan de samenwerking, welke alternatieven zijn overwogen en welke voordelen voor patiënten worden beoogd. Een gedegen dossier is essentieel bij een eventuele toetsing achteraf.
Betrek juridisch advies in een vroeg stadium. Juist bij regionale herverdelingsafspraken — waarbij ziekenhuizen of zorgverleners afspreken wie bepaalde zorgvormen levert — is de grens met verboden marktverdelingsafspraken dun. Vroegtijdig juridisch advies voorkomt kostbare fouten.
Maak gebruik van de ACM als gesprekspartner. De ACM geeft expliciet aan mee te willen denken over samenwerkingsmogelijkheden. Informeel overleg met de toezichthouder — of een formeel verzoek om een zienswijze — kan waardevolle duidelijkheid bieden voordat afspraken worden geïmplementeerd.
Houd Europese dimensies in het oog. Bij samenwerkingen die de handel tussen EU-lidstaten kunnen beïnvloeden, is ook artikel 101 VWEU van toepassing. Dit is met name relevant voor grensregio’s of bij betrokkenheid van buitenlandse zorgaanbieders.
Kortom: de ACM biedt ruimte voor samenwerking in de zorg, maar stelt duidelijke grenzen. Een proactieve en juridisch onderbouwde aanpak is voor iedere zorgpartij die betrokken is bij regionale herverdelingsafspraken onmisbaar.