30 oktober 2026

Onmisbaar voor goed en verantwoord bestuur: transparantie over controle- en risicosystemen in de VOR

30 oktober 2026

Een cyberaanval die de bedrijfsvoering stillegt. Een belangrijke leverancier die onverwacht wegvalt. Fraude die te laat wordt ontdekt. Als bestuurder wilt u niet alleen weten welke risico’s uw onderneming loopt, maar ook of de maatregelen om die risico’s te beheersen daadwerkelijk werken. Een deugdelijk intern controle- en risicobeheersysteem vormt een van de pijlers van goed en verantwoord bestuur. Voor ondernemingen die onder de Nederlandse Corporate Governance Code (“de Code”) vallen, komt het belang van een deugdelijk intern controle- en risicobeheersysteem tot uitdrukking in de verantwoording in het bestuursverslag. Met de introductie van de Verklaring omtrent Risicobeheersing (VOR) in de Code krijgt die verantwoording meer aandacht. Ook voor CEO’s en bestuurders van niet-beursgenoteerde ondernemingen is de introductie van de VOR relevant. Niet omdat iedere niet-beursgenoteerde vennootschap nu een VOR moet afgeven, maar omdat de Code een referentiepunt kan zijn voor de verwachtingen over goed en verantwoord bestuur.  

Rapporteren over risico’s

Risicobeheersing is meer dan een overzicht van wat er mis kan gaan. Het gaat ook om de vraag welke maatregelen de onderneming neemt, wie daarvoor verantwoordelijk is en hoe het bestuur vaststelt dat die maatregelen werken. Al geruime tijd schrijft de Code voor dat het bestuur in het bestuursverslag uiteenzet in hoeverre de interne risicobeheersings- en controlesystemen naar behoren hebben gefunctioneerd gedurende het verslagjaar. Die verklaring heeft een breed karakter en ziet op de voornaamste risico’s die de realisatie van de doelstellingen en de continuïteit van de vennootschap bedreigen.

De Code is aangepast en aangescherpt. Waar het bestuur voorheen kon volstaan met een algemene verklaring in het bestuursverslag over de werking van de interne risicobeheersing,  dient de VOR nu te voorzien in een bij de strategie en risicobereidheid passende beheersing van risico’s. Door de introductie van de VOR is namelijk de nadruk meer komen te liggen op specifieke, gerichte verantwoording over hoe de vennootschap haar operationele risico’s, compliance-risico’s en verslaggevingsrisico’s in kaart brengt, beheerst en bewaakt.

Op basis van principe 1.2 is het bestuur verantwoordelijk voor het identificeren en beheersen van de risico’s verbonden aan de strategie en de activiteiten van de vennootschap. Het bestuur dient risico’s nader te beoordelen en adequate interne risicobeheersings- en controlesystemen te implementeren en onderhouden.. Principes 1.3 en 1.4 van de Code schrijven voor dat het bestuur zorgdraagt voor een systematische bewaking en beoordeling van de werking van dat systeem, waarbij de interne auditfunctie een onmisbare rol vervult. De nadere inhoudelijke vereisten aan de VOR volgen uit de best practice bepalingen onder principe 1.4. Zo dient het bestuur in haar jaarverslag een beschrijving op te nemen van de voornaamste risico’s, geconstateerde tekortkomingen, misstanden en onregelmatigheden. Tegelijkertijd ligt het in de rede dat het bestuur de werking en beoordeling van de effectiviteit van de opgezette interne risicobeheersings- en controlesystemen aangeeft. Waar nodig worden verbeteringen doorgevoerd in de opgezette controlesystemen na evaluatie van de werking daarvan door het bestuur. De VOR dwingt bestuurders zo tot een expliciete en controleerbare verantwoording. Best practice bepaling 1.4.3 moedigt het bestuur namelijk aan om vooruit te blikken naar de risico’s die relevant zijn voor de continuïteit van de vennootschap. Praktisch aandachtspunt: de VOR moet niet alleen voldoen aan de letter van de wet en de inhoudelijke vereisten uit de Code, maar ook aan de verwachtingen van stakeholders en toezichthouders. Dit betekent niet dat alle risico’s moeten worden vermeden. Ondernemen blijft risico’s nemen. Het gaat om bewuste keuzes, passende beheersmaatregelen en een realistisch beeld van wat die maatregelen wel en niet kunnen ondervangen.

‘Waarom moet ik dit weten als de Code niet voor mijn onderneming geldt?’

Voor een niet-beurgenoteerde vennootschap brengt de VOR op zichzelf geen verplichting mee om een dergelijke verklaring op te stellen. Maar goed en verantwoord bestuur is niet alleen van belang voor beursgenoteerde onderneming.  Ook bij niet-beursgenoteerde ondernemingen moet het bestuur oog hebben voor de continuïteit van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming, alsmede het creëren van waarde op de lange termijn. Daar hoort bij dat het bestuur risico’s in kaart brengt, passende maatregelen neemt om die te beheersen en daarover verantwoording aflegt. De principes uit de Code hoeven niet als een verplichting te worden beschouwd maar als referentiepunt om invulling te geven aan goed en verantwoord bestuur.

Zoals we in onze eerste blog toelichtten, weerspiegelen de principes uit de Code breed gedragen maatschappelijke opvattingen over goed en verantwoord bestuur. Daarmee heeft de Code een reflexwerking voor niet-beursgenoteerde vennootschappen. Reflexwerking betekent niet dat de principes uit de Code direct doorwerken voor niet-beursgenoteerde ondernemingen: Een familiebedrijf hoeft niet dezelfde risicobeheersingssystemen op te tuigen als een groot beursfonds. Evenmin betekent het ontbreken van een VOR bij een niet-beursgenoteerde onderneming op zichzelf dat het bestuur tekortschiet. De relevante vraag is steeds: welk intern controle- en risicobeheersysteem past bij de aard, omvang en risico’s van déze onderneming?

Voor niet-beursgenoteerde vennootschappen groeit de druk om risico’s structureel te beheersen, zeker bij grotere of maatschappelijk relevante bedrijven. De inrichting is maatwerk: het bestuur van een familiebedrijf kan bijvoorbeeld kiezen voor periodieke directievergaderingen met risicorapportages, terwijl een snelgroeiende scale-up juist inzet op IT-gedreven monitoring en compliance checks. Belangrijk is dat het systeem past bij de strategie, cultuur en risicobereidheid van de onderneming. Hiermee wordt risicomanagement geen papieren tijger, maar een praktisch hulpmiddel voor bestuurders en toezichthouders.

Verantwoording door het bestuur: wat kunt u nu al doen?

Begin niet met het schrijven van een verklaring over risicobeheersing, maar met het kijken naar de werkelijkheid binnen uw onderneming. Welke risico’s loopt uw onderneming, hoe beheerst u die en hoe weet u of de maatregelen daadwerkelijk werken? Pas daarna komt u toe aan de verantwoording daarover.

Een overtuigende verantwoording volgt uit een werkend proces, niet andersom:

  1. Kijk allereerst verder dan de financiële risico’s. Denk aan cybersecurity, afhankelijkheid van enkele klanten of leveranciers, fraude, naleving van regelgeving en de betrouwbaarheid van managementinformatie. Breng de belangrijkste risico’s in kaart en bepaal welke risico’s u bewust accepteert en waar de grens ligt.
  2. Bepaal vervolgens wie welk risico bewaakt en welke maatregelen nodig zijn om die risico’s te beheersen. Maak duidelijk wie verantwoordelijk is voor de uitvoering van die maatregelen en hoe het bestuur over de uitkomsten wordt geïnformeerd. Een periodiek overleg binnen het bestuur met een vaste risicorapportage kan daarvoor een praktisch vertrekpunt zijn.
  3. Beoordeel daarna of de maatregelen daadwerkelijk werken. Een procedure op papier is uiteraard nog geen effectieve controle en verantwoording. Welke informatie heeft het bestuur nodig om de werking te beoordelen? Waar blijken tekortkomingen te zitten en wat wordt daarmee gedaan? Door die beoordeling en de opvolging vast te leggen, ontstaat een onderbouwd beeld van de opzet en werking van de interne controle- en risicobeheersingssystemen. Op die basis kunt u als bestuur verantwoording afleggen over de risicobeheersing van uw onderneming. U kunt dan niet alleen toelichten welke systemen en maatregelen zijn ingericht, maar ook waarop uw oordeel over de werking daarvan berust. De verantwoording kan daarbij ingaan op:
    • de belangrijkste strategische, operationele, compliance- en verslaggevingsrisico’s en de risico’s die de onderneming bewust accepteert;
    • de opzet en werking van de interne controle- en risicobeheersingssystemen gedurende het afgelopen boekjaar;
    • de gebruikte raamwerken of normenkaders, zoals COSO of ISO, en de wijze waarop de effectiviteit is beoordeeld;
    • belangrijke tekortkomingen en de maatregelen die zijn genomen om deze te verhelpen;
    • de mate van zekerheid die de systemen bieden, passend bij de risico’s en de risicobereidheid van de onderneming;
    • de verwachtingen over de continuïteit van de onderneming en de relevante onzekerheden daarbij.

De waarde van de VOR zit voor een niet-beursgenoteerde onderneming vooral in de vraag die erachter ligt: kunt u als bestuur uitleggen waarom u vertrouwen heeft in de risicobeheersing van uw onderneming? Wie die vraag goed en onderbouwd kan beantwoorden, heeft niet alleen een beter verhaal voor aandeelhouders en andere betrokkenen. Het helpt ook om eerder bij te sturen wanneer risico’s veranderen of maatregelen onvoldoende blijken te werken. Daarvoor hoeft u de Code niet integraal over te nemen. Een aanpak die past bij uw onderneming is het uitgangspunt.

Dit artikel is het derde deel van onze blogreeks over De Nederlandse Corporate Governance Code.  

Vragen?  

Wilt u weten of uw onderneming voldoet aan de laatste standaarden? Of heeft u behoefte aan een second opinion op uw risicorapportage of bestuursverslag, alsook de VOR?   

Neem dan contact op met een van onze Corporate Advisory specialisten. Zij helpen u graag om risicomanagement niet alleen op papier, maar ook in de praktijk op orde te krijgen.  

Deze berichten vindt u mogelijk ook interessant

Gerard Gort 1
Gerard Gort
Advocaat
Duurzame groei volgens de Corporate Governance Code: geen beursnotering nodig, wel een lange termijnvisie
Ondernemingen groeien. Maar groeien zij ook de goede, verantwoorde kant op, waarbij de groei ook op de lange termijn houdbaar is? Klimaatverandering, maatschappelijke verwachtingen en de gevolgen van ondernemen voor mens en milieu brengen vragen naar de bestuurstafel die verder gaan dan de volgende kwartaalcijfers. Verantwoord bestuur gaat gepaard met duurzaam ondernemen, in combinatie met groei. De Nederlandse Corporate Governance Code biedt een bruikbaar kompas bij vraagstukken over duurzaamheid. De Code laat zien dat duurzaamheid onderdeel kan worden van het dagelijks bestuur van een niet-beursgenoteerde vennootschap, zonder een beursvennootschap na te bouwen Wat is duurzame lange termijn waardecreatie? Principe 1.1 van de Code geeft aan dat het bestuur van een vennootschap verder dient te kijken dan het rendement op de korte termijn. De Code verbindt continuïteit aan duurzame lange termijn waardecreatie. Dat betekent meer dan winst die jarenlang standhoudt. Het bestuur betrekt ook de gevolgen van de bedrijfsactiviteiten voor mens en milieu en weegt relevante stakeholderbelangen. De raad van commissarissen houdt daarop toezicht. De Code plaatst economische, sociale en ecologische aspecten naast elkaar, maar maakt een belangrijke nuance. Het bestuur hoeft namelijk geen concrete uitkomst te garanderen. De Code schrijft evenmin voor welk belang bij iedere beslissing moet winnen. Het gaat om zorgvuldig afwegen, met oog voor de houdbaarheid van keuzes op lange termijn. Dat laat ruimte voor ondernemerschap, maar vraagt om méér dan uitsluitend een financiële rekensom. Wat betekent dit voor een groeiende, niet-beursgenoteerde vennootschap? Voor de vennootschap en de aan haar verbonden onderneming betekent dit dat het bestuur niet alleen een investering beoordeelt op het rendement, maar ook op de houdbaarheid daarvan en de gevolgen (voor mens en milieu). Welke effecten heeft zij op medewerkers, de omgeving en de toekomst van het bedrijf? En omgekeerd: welke duurzaamheidsontwikkelingen beïnvloeden een bedrijfsmodel? Die tweezijdige blik staat centraal als het bestuur haar visie op duurzame lange termijn waardecreatie van de vennootschap ontwikkelt. Daarbij wordt van vennootschappen verwacht dat de belangen van de betrokken stakeholders worden meegewogen en dat inzicht wordt gegeven in de wijze waarop het bestuur aan het voorgaande invulling heeft gegeven. De duurzaamheid van en binnen de vennootschap krijgt pas betekenis wanneer richting wordt gegeven met concrete doelstellingen en besluiten. De Code vraagt om een passende strategie en concrete doelstellingen, met aandacht voor haalbaarheid, kansen, risico’s en stakeholderbelangen. Duurzaamheidsrisico’s, toezicht en verantwoording Een strategie met betrekking tot de integratie van duurzaamheid is pas geloofwaardig als de uitvoering erop aansluit. Principe 1.2 van de Code vraagt daarom om risico’s te inventariseren, de risicobereidheid vast te stellen en passende beheersmaatregelen te organiseren. De Code noemt onder meer klimaatverandering en sociale ongelijkheid als voorbeelden van de strategische, operationele, compliance en verslaggevingsrisico’s die in kaart moeten worden gebracht. Ook duurzaamheidsvraagstukken kunnen dus doorwerken in operationele, compliance- en verslaggevingsrisico’s. Voor het groot-MKB ligt de praktische winst in samenhang: neem relevante duurzaamheidsrisico’s mee in de bestaande risicobeoordeling en werkprocessen. Principe 1.3 van de Code voegt een kritische toets toe: de interne auditfunctie beoordeelt de opzet en werking van de beheersingssystemen. De toelichting noemt uitbesteding als mogelijk alternatief voor een eigen auditdienst. Als praktische vertaling voor de niet-beursgenoteerde onderneming: organiseer een toets die past bij uw omvang en risico’s, en volg verbeterpunten daadwerkelijk op. Principe 1.4 van de Code sluit de cirkel met verantwoording over de effectiviteit van die systemen. Best practice-bepaling 1.4.3 betrekt daarbij ook de betrouwbaarheid van duurzaamheidsverslaggeving. De boodschap is helder: het bestuur dient te onderbouwen wat het rapporteert en transparant te zijn over tekortkomingen. De toelichting in de Code benadrukt dat risicobeheersing geen absolute zekerheid biedt. Duurzaamheid verankeren in goed bestuur Wilt u duurzaamheid bestuurlijk verankeren? Verbind ambities aan besluitvorming, toezicht en betrouwbare informatie. Een gerichte governance-aanpak helpt u keuzes te onderbouwen en groei toekomstbestendig te maken. Verantwoord bestuur gaat namelijk niet alleen over de resultaten van vandaag, maar ook over de onderneming van morgen. Dit artikel is het tweede deel van onze blogreeks over De Nederlandse Corporate Governance Code. In het volgende artikel wordt de verantwoording en verklaring over risicobeheersing uitgelegd. Contact Heeft u vragen over corporate governance of wilt u sparren over de toepassing van de Code binnen uw organisatie? Neem dan contact op met een van onze Corporate Advisory specialisten. Zij denken graag met u mee.
Gerard Gort 1
Gerard Gort
Advocaat
Wat is de Nederlandse Corporate Governance Code en wat is de relevantie voor niet-beursgenoteerde ondernemingen?
Corporate governance (‘verantwoord bestuur’) is een begrip dat de afgelopen decennia steeds belangrijker is geworden binnen het Nederlandse ondernemingsrecht. De Nederlandse Corporate Governance Code (hierna: de “Code”) omvat de regels (‘principles’) die bepalen hoe vennootschappen worden bestuurd, hoe de interne controle en het toezicht hierop is ingericht, hoe verantwoorde besluitvorming tot stand komt en bevat aanbevelingen voor de uitvoering hiervan in de praktijk (‘best practices’). Waar de aandacht zich traditioneel richtte op beursgenoteerde ondernemingen, groeit de relevantie van een goede corporate governance ook voor niet-beursgenoteerde vennootschappen. Hoewel uit de rechtspraak volgt dat de Code in bepaalde gevallen reflexwerking kent, waardoor deze ook van toepassing kan zijn op niet-beursgenoteerde vennootschappen, is daarmee niet gezegd dat haar bepalingen zonder meer op andere rechtspersonen van toepassing zijn.  Dit is het eerste deel van onze blogreeks over de Nederlandse Corporate Governance Code. In deze blog leggen wij uit wat de Code inhoudt en waarom het ook voor niet-beursgenoteerde ondernemingen verstandig is om aandacht aan de Code te besteden. Wat is de Nederlandse Corporate Governance Code?  De Code is door zelfregulering tot stand gekomen: het is geschreven door en voor partijen, zonder tussenkomst van de overheid. Het vormt een aanvulling op de wettelijke bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek, Boek 2, met betrekking tot vennootschappen. De Code wordt gebruikt als invulling van open wettelijke normen. Om deze reden wordt de Code bezien en toegepast in combinatie met de wetgeving en jurisprudentie op het terrein van verantwoord ondernemingsbestuur. Naleving van de Code is gebaseerd op het ‘pas toe of leg uit’-principe. Anders dan wetgeving biedt de Code flexibiliteit, omdat deze ruimte biedt om af te wijken van de principes en best practice bepalingen, mits je daar een goede uitleg voor hebt. De principes uit de Code kunnen invulling geven aan open normen zoals redelijkheid en billijkheid in de zin van artikel 2:8 BW. Zo oordeelt de Hoge Raad dat de Code een uitwerking is van wat in de praktijk als ‘redelijk en billijk’ gedrag van stakeholders jegens elkaar binnen een onderneming wordt beschouwd.  Wat is de functie van de Code?  De Code richt zich op de ‘governance’ van beursgenoteerde vennootschappen en geeft een richtsnoer voor verantwoord en transparant bestuur. Daarbij zijn de principes en best practice bepalingen van de Code gericht op duurzame lange termijn waardecreatie.   Verantwoord bestuur komt neer op de beantwoording van de volgende vier vragen:  Hoe bestuur ik de onderneming?  Hoe beheers ik de risico’s?  Hoe oefen ik zeggenschap uit?  Hoe houd ik toezicht op de onderneming?  Waarom is de Code ook relevant voor niet-beursgenoteerde vennootschappen?  Hoewel de wettelijke verplichting tot naleving alleen geldt voor beursgenoteerde ondernemingen, is de Code ook relevant voor de niet-beursgenoteerde ondernemingen. Dit heeft verschillende redenen:  Jurisprudentie en maatschappelijke opvattingen: de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de principes uit de Code kunnen worden gezien als breed gedragen opvattingen over goed bestuur. In aanvulling daarop heeft het gerechtshof Amsterdam in 2019 geoordeeld dat de Code een reflexwerking kan hebben voor niet-beursgenoteerde ondernemingen. In bepaalde gevallen kunnen deze inzichten zelfs een rol spelen bij de uitleg van open normen in het vennootschapsrecht, zoals de redelijkheid en billijkheid zoals bedoeld in artikel 2:8 BW.   Best practice: grote (familie)bedrijven, private equity-partijen en internationale concerns kiezen er vrijwillig voor om (delen van) de Code te volgen. Dat is niet zonder reden: het volgen van de Corporate Governance Code bevordert de kwaliteit van het bestuur en het toezicht daarop en bevordert de samenwerking (verhoudingen) binnen de vennootschap. Dit is een randvoorwaarde voor de groei en gezonde continuïteit van een onderneming.  Conclusie  De Code is meer dan een set richtlijnen voor beursvennootschappen. Ook voor niet-beursgenoteerde ondernemingen biedt de Code waardevolle handvatten voor goed bestuur en toezicht. Om gelijke tred te houden met een snel veranderend ondernemingsklimaat, toenemende digitalisering, verschuivende maatschappelijke verwachtingen en een steeds complexer samenspel met wet- en regelgeving, was actualisering van de Code noodzakelijk. Voor ondernemingen betekent dit: nieuwe verplichtingen, scherpere verantwoordingseisen en — bij niet-naleving — vergroot aansprakelijkheidsrisico. Tijdige juridische begeleiding bij de implementatie is dan ook geen luxe, maar een noodzaak.  Door (elementen van) de herziene Code te implementeren in uw eigen onderneming, kun je bijdragen aan stabiliteit, transparantie en toekomstbestendigheid. Het is daarom verstandig om periodiek te toetsen in hoeverre uw organisatie aansluit bij de principes van de Code en waar verbetering mogelijk is.   Meer weten over de principes van de Code? De volledige tekst van de Nederlandse Corporate Governance Code kunt u hier raadplegen. In het volgende artikel gaan wij dieper in op duurzaamheid en risicobeheersing. Hoe vertaalt u duurzame langetermijnwaardecreatie naar de dagelijkse bestuurspraktijk? En hoe brengt u de bijbehorende risico’s effectief in kaart? Contact Heeft u vragen over corporate governance of wilt u sparren over de toepassing van de Code binnen uw organisatie? Neem dan contact op met een van onze Corporate Advisory specialisten. Zij denken graag met u mee.
La Gro – Pieter van den Oord
Pieter van den Oord
Advocaat
La Gro adviseert Ausnutria bij verkoop minderheidsbelang in Amalthea Group aan Royal A-ware
La Gro heeft Ausnutria geadviseerd bij de verkoop van een minderheidsbelang in Amalthea Group aan Royal A-ware. Ausnutria verkoopt daarbij een belang van 35% in Amalthea, producent van geitenkaas, andere geitenzuivelproducten en biologische koekaas, aan Royal A-ware en blijft meerderheidsaandeelhouder. Met de verkoop van het minderheidsbelang en de strategische samenwerking beoogt Ausnutria de verdere versterking van de positie van Amalthea in de geitenzuivelmarkt en wordt volgens partijen een solide basis gelegd voor toekomstige groei en innovatie. Binnen de samenwerking blijft Ausnutria verantwoordelijk voor de verwerking van hoogwaardige wei-eiwitten, een belangrijk ingrediënt voor babyvoeding, terwijl Royal A-ware zich richt op de nationale en internationale vermarkting van geitenkaas en biologische geitenkaas. Daarnaast investeren beide partijen gezamenlijk in de verdere ontwikkeling en uitbreiding van de kaasfabriek van Amalthea. Ausnutria benadrukt het strategische karakter van de transactie. Bart van der Meer, executive director van Ausnutria, lichtte toe: “This collaboration fits seamlessly with our strategic direction and contributes to a future-proof goat dairy supply chain.” Contact Voor meer vragen kunt u contact opnemen met Pieter van den Oord, Casper Schnepper, Reinoud van Ginkel, of een van onze andere specialisten van team Fusies & Overnames. Zij staan u graag te woord.
Pieter Frölich 1
Pieter Frölich
Advocaat
De juiste rechtsvorm kiezen: waar moet je op letten?
Als ondernemer heb je bij de start van je bedrijf de keuze uit verschillende rechtsvormen, zoals de eenmanszaak, vennootschap onder firma (vof) of besloten vennootschap (BV). Die keuze heeft grote gevolgen voor bijvoorbeeld je aansprakelijkheid, belastingplicht en groeimogelijkheden. In deze blog zet ik de belangrijkste overwegingen voor je op een rij. Wat is een rechtsvorm? Een onderneming is een organisatie waarin kapitaal, arbeid en leiding samenkomen met als doel het maken van winst. De rechtsvorm is de juridische jas waarin dat gebeurt. Zo kun je dezelfde onderneming drijven als een vof (met twee vennoten) of als BV (met twee DGA’s). In het ene geval is een overeenkomst tussen de vennoten voldoende om de samenwerking af te trappen. In het andere geval zijn een notariële oprichtingsakte en statuten vereist en een managementovereenkomst en aandeelhoudersovereenkomst sterk aan te bevelen. Veel ondernemers starten eenvoudig Veel startende ondernemers kiezen – bewust of onbewust – voor een eenmanszaak of vof. Deze rechtsvormen zijn makkelijk en snel op te richten, bieden starters fiscale voordelen en zijn al met al minder complex dan bijvoorbeeld een BV. Een onderneming ontwikkelt zich continu. Daardoor kan ook de vorm waarin de onderneming het beste tot zijn recht komt veranderen. Zo kan een toename van activiteiten, omzet, wist, personeel, of financieringsbehoefte meebrengen dat het verstandiger wordt om over te stappen naar een BV. Vier belangrijke drivers die dit omslagpunt beïnvloeden worden hierna kort behandeld: risicobeheersing, financiën (fiscaliteit), administratieve lasten en groeipotentieel. Risico’s Qua (financiële) bedrijfsrisico’s is een belangrijke eigenschap dat een ZZP’er (eenmanszaak) of vennoot (vof) ook met zijn privévermogen aansprakelijk is voor zakelijke schulden. Door een toename van de activiteiten, oftewel groei, zal vanzelf ook de blootstelling aan risico’s toenemen. Als het punt is bereikt waarop de privémiddelen onvoldoende zijn om de zakelijke risico’s af te dekken dan komt een persoonlijk faillissement akelig dichtbij. De oplossing hiervoor is om tijdig over te stappen naar een rechtsvorm met rechtspersoonlijkheid, zoals de BV. Rechtspersoonlijkheid brengt mee dat niet de ondernemer zelf maar zijn BV instaat voor alle zakelijke schulden. Aansprakelijkheid van de ondernemer zelf komt bij wijze van uitzondering pas om de hoek kijken bij fraude of onverantwoordelijke risico’s. Fiscale voordelen Wat betreft de financiën is van belang dat een eenmanszaak of vof fiscaal transparant is. Dat wil zeggen dat de fiscus voor de winstbelasting dwars door de rechtsvorm heen kijkt naar de achterliggende ondernemer(s). Zij betalen belasting over de winst via box 1 (inkomen uit werk en woning) op basis van het bekende progressieve tarief (variërend tussen de 35,82% en 49,50%, cijfers 2025). Voor ondernemers zijn er extra aftrekposen in de vorm van de zelfstandigenaftrek, Startersaftrek en MKB-winstvrijstelling. Die voordeeltjes zijn voor de beginnende ondernemer een mooi duwtje in de rug. Maar als de winst toeneemt komt er een punt waarop dit soort fiscale voordelen hun glans verliezen. Een BV is niet fiscaal transparant en betaalt vennootschapsbelasting (19% over de winst tot EUR 200k en 25,8% daarboven, cijfers 2025). De ondernemer/DGA ontvangt een gebruikelijk jaarsalaris uit de BV (in principe minimaal EUR 56k, cijfers 2025) en betaalt daarover inkomstenbelasting (via box 1). Als de BV daarnaast dividend uitkeert dan wordt dit apart belast. In algemene zin is het lastig te zeggen op welk punt een BV fiscaal voordeliger wordt dan een eenmanszaak of vof, maar als vuistregel wordt vaak een winst van zo’n EUR 150.000,- als omslagpunt genoemd. Maar let op dat het vanuit het oogpunt van bijvoorbeeld risicobeheersing al (veel) eerder verstandig kan zijn om over te stappen. Administratieve lasten De meeste ondernemers zijn het er wel over eens dat een BV niet in alle opzichten alleen maar voordelen biedt en bijvoorbeeld hogere administratieve kosten heeft dan een eenmanszaak. Dit heeft voornamelijk te maken met de publicatieplicht. Anders dan bij een eenmanszaak of vof is de BV-ondernemer verplicht om jaarstukken op te stellen en via de Kamer van Koophandel te publiceren. Dit vraagt meer van uw administratie, accountant en boekhouder. Daarnaast zijn er ook oprichtingshandelingen en -kosten verbonden aan een BV en is een notaris nodig. In de opstartfase kan dit de groei in de weg zitten. Professioneel imago en groeigerichtheid Een bijkomend pluspunt van een BV – dat niet onvermeld kan blijven – is dat deze rechtsvorm geschikter is om langere termijn groei mogelijk te maken. Dit komt met name omdat deze rechtsvorm een professioneler imago heeft en beter in staat is om (groei)financiering aan te trekken. Zo zijn er meer mogelijkheden om financiers te faciliteren en te verleiden om investeringen te doen. Wat ook meehelpt is dat de continuïteit van een BV-onderneming robuuster is en minder afhankelijk van de poppetjes (vennoten) die deze van tijd tot tijd besturen. Dat maakt het financieren ervan minder risicovol en dus voordeliger. Omzetting Omdat de belangrijkste drivers om de juiste rechtsvorm te kiezen – risico’s, financiën en groeipotentieel – niet statisch maar in ontwikkeling zijn en omdat de voorkeuren van de ondernemer zelf ook kunnen veranderen, kan het wenselijk zijn om de onderneming om te zetten in een andere rechtsvorm. Afhankelijk van de gewenste omzetting, komt daar een jurist en/of accountant en/of notaris aan te pas. Een goede planning en voorbereiding draagt bij aan het succes van zo’n operatie. Op ondernemersplein.overheid.nl/ is een keuzehulp beschikbaar waarmee je kunt spelen met de verschillende voors en tegens van veel voorkomende rechtsvormen. Dit is een bruikbaar hulpmiddel bij de gedachtevorming.    Raad en daad Bij La Gro vinden wij het leuk om met ondernemers in elke vorm en fase mee te denken en te doen (raad en daad). Geef Pieter Frölich of een van de andere specialisten van Corporate Advisory & Litigation gerust een belletje voor een vrijblijvende verkenning van de mogelijkheden als je daar (bijna) klaar voor bent. Daar krijg je geen spijt van.
La Gro – Sophie ten Broecke
Sophie ten Broecke
Advocaat
Dealercontracten Stellantis: geen uniforme formule, geen franchise!
Kwalificeren de overeenkomsten die fabrikant Stellantis met dealers en reparateurs van verschillende automerken (waaronder Citroën, Opel, DS en Peugeot) sloot als franchiseovereenkomsten? Deze vraag stond centraal in een recent arrest van het gerechtshof Amsterdam. Deze kwalificatie kan grote gevolgen hebben voor de wettelijke bescherming die de autodealers en reparateurs in dit geval toekomt. Het hof beantwoordt de vraag, net zoals de rechtbank, afwijzend: er is geen sprake van een uniforme formule, dus geen franchiseovereenkomst. Wat is een franchiseovereenkomst? De franchiseovereenkomst is een bijzondere overeenkomst die sinds 2021 wordt geregeld in de Wet franchise. De Wet franchise beoogt de franchisenemers als zwakkere partij te beschermen. Dit uit zich in de uitgebreide informatieverplichting die nu op franchisegevers rust en aanzienlijke rechten, zoals instemmingsrechten, die franchisenemers toekomen. Om deze wettelijke bescherming te krijgen, moet de overeenkomst kwalificeren als franchiseovereenkomst. Daarbij moet volgens de wet (artikel 7:911 BW) aan de volgende elementen worden voldaan: Het moet gaan om een overeenkomst waarbij de franchisegever aan de franchisenemer: tegen vergoeding; het recht verleent en de verplichting oplegt om een franchiseformule op de door de franchisegever aangewezen wijze te exploiteren voor; de productie of verkoop van goederen dan wel het verrichten van diensten. Hoewel partijen in deze zaak de overeenkomsten als ‘distributieovereenkomst’ hadden bestempeld, gaat het bij de kwalificatie niet om de benaming of titel die partijen voor hun overeenkomst hanteren, maar om de concrete invulling van de overeenkomst door partijen.   Kernpunt: de franchiseformule De kern van franchise is dat de franchisegever een franchiseformule heeft en hij franchisenemer het recht geeft en de verplichting oplegt om hun onderneming te exploiteren volgens deze franchiseformule. Kenmerkend voor de franchiseformule is dat deze bepalend is voor de uniforme identiteit en uitstraling van de franchiseondernemingen. Een franchiseformule omvat in ieder geval: een handelsmerk, model of handelsnaam, huisstijl of tekening en knowhow. Hof Amsterdam: geen franchiseformule In deze zaak heeft Stellantis in de overeenkomsten aan de dealers het niet-exclusieve recht toegekend om tegen bepaalde voorwaarden nieuwe voertuigen van de merken Opel, Peugeot, DS en Citroën te verkopen, waarbij de dealers aan allerlei eisen moeten voldoen, waaronder eisen voor de inkoop en verkoop van de producten en werkprocessen. Voor de reparateurs geldt dat zij als ‘erkend’ reparateur garantie-, onderhouds- , en reparatiewerkzaamheden mochten uitvoeren. Het Hof sluit niet uit dat er dealers tussen zitten die het dealerschap uitoefenen conform voorschriften van Stellantis en hun bedrijf exploiteren conform een zekere uniforme uitstraling, maar dat met name bij een aantal grote dealers hier geen sprake van is. De grote dealers zijn (regionaal) bekend om hun eigen naam en reputatie en opereren voor hun klanten met een eigen identiteit die ze presenteren op hun websites. Deze identiteit is niet primair verbonden met – of afhankelijk van een uniforme identiteit en uitstraling van de dealers van een bepaald merk van Stellantis. Ook zijn er dealers die dealerschappen hebben buiten Stellantis, wat zich moeilijk laat verenigen met een uniforme identiteit en uitstraling van een formule van Stellantis. Het gaat deze bedrijven niet zozeer om een bepaalde formule die ze willen exploiteren, maar om de auto’s en accessoires die zij willen verkopen, aldus het hof. Het hof concludeert dat er geen sprake is van franchiseovereenkomsten, vanwege het gebrek aan een uniforme franchiseformule. Dit geldt voor zowel de overeenkomsten met de dealers, als reparateurs. Selectieve distributie Het Hof kwalificeert de overeenkomsten als selectieve distributieovereenkomsten. Stellantis stelt namelijk criteria vast voor de selectie van de distributeurs (dealers en reparateurs), waaronder de verplichting om specialisten in dienst te nemen, bepaalde voorraadvereisten en de service na verkoop te verrichten volgens bepaalde normen. Een groot verschil tussen distributie en franchise is dat distributieovereenkomsten niet wettelijk worden geregeld. Daardoor komen distributeurs dus niet dezelfde wettelijke bescherming toe als franchisenemers. De kwalificatie van overeenkomsten kan dus grote invloed hebben op de onderlinge rechten en verplichtingen en de mate van bescherming die de wet jou biedt. Heb je vragen over jouw franchise- of distributieovereenkomst? Neem dan contact op met Sophie ten Broecke.
Patrycja Chelmiak
Patrycja Chelmiak
Advocaat
De toekomst van M&A (deel II): Blockchain en M&A
Blockchain: meer dan een hype Blockchain wordt vaak geassocieerd met cryptocurrencies zoals Bitcoin en dat is slechts deels terecht. De blockchain-technologie heeft namelijk een veel bredere reikwijdte. In de M&A wereld biedt blockchain een disruptieve kracht die traditionele processen kan transformeren. Van het stroomlijnen van due diligence tot het tokeniseren van eigendom(sbewijzen). Blockchain biedt concrete voordelen die niet alleen tijd en kosten besparen, maar ook zekerheid en transparantie vergroten. Voor M&A-professionals, investeerders en ondernemers is blockchain niet langer een futuristisch concept, maar een strategisch instrument dat de manier waarop transacties worden uitgevoerd fundamenteel kan veranderen. Vanwege de potentie van blockchain maken wij ook binnen La Gro gebruik van deze innovatieve toepassing. In 2019 werd La Gro (Benjamin Niemeijer) genomineerd voor de Gouden Zandloper voor de uitgifte van aandeelcertificaten via blockchain-technologie. Wat is blockchain en hoe werkt het? Blockchain is een digitaal en decentraal grootboek, vergelijkbaar met een digitale database. Op de blockchain kunnen handelingen op een veilige en transparante manier worden geregistreerd. Elke handeling vormt een ‘blok’ van code. Zodra een blok vol is, wordt het toegevoegd aan een keten van vorige blokken. Vandaar de term ‘blockchain’. Deze keten van gegevensblokken wordt gedeeld en gevalideerd door een netwerk van gebruikers. Dit zorgt ervoor dat gegevens niet gemanipuleerd kunnen worden. Dit maakt blockchain betrouwbaar en transparant en biedt een enorme zekerheid over de juistheid van de gegevens. Toepassing van blockchain in M&A Blockchain kan potentieel een belangrijke rol spelen binnen het M&A-proces, waarin traditioneel veel tijd wordt besteed aan het analyseren en controleren van gegevens en waarin zekerheid over de juistheid van die gegevens cruciaal is. Tokenization: het nieuwe tijdperk van eigendomsoverdracht Een van de meest disruptieve toepassingen van blockchain in M&A is tokenization. Tokenization is het digitaliseren van eigendom(sbewijzen) (zoals aandelen, vastgoed of andere activa) in de vorm van tokens op een blockchain. Dit proces biedt een niveau van zekerheid en efficiëntie dat traditionele methoden (zoals notariële akten en aandeelhoudersregisters) niet kunnen evenaren. Slimme contracten: automatisering van kritieke processen Slimme contracten (smart contracts) zijn digitale overeenkomsten die automatisch worden uitgevoerd zodra vooraf vastgelegde voorwaarden zijn vervuld. In het M&A-proces kunnen slimme contracten onder andere worden ingezet voor escrow-regelingen (het automatisch vrijgeven van gelden zodra aan bepaalde voorwaarden is voldaan) en earn-out-afspraken (relevante informatie voor de berekening van earn-outs kan op de blockchain worden vastgelegd). Stel dat een earn-out afhankelijk is van de omzet van een overgenomen bedrijf. Door omzetgegevens op de blockchain te registreren, hebben alle betrokken partijen toegang tot dezelfde, onveranderlijke gegevens, waardoor manipulatie onmogelijk wordt. Dit biedt alle partijen zekerheid, voorkomt grotendeels discussies over de juistheid van de cijfers en versnelt de afwikkeling van de earn-out. Snellere en betrouwbare due diligence Het due diligence-proces is vaak een van de meest tijdrovende onderdelen van een M&A-transactie. Blockchain kan dit proces aanzienlijk versnellen door onder andere transparantie (gegevens worden gedeeld via een blockchain-gebaseerde data room, waar alle partijen toegang hebben tot dezelfde, onveranderlijke informatie) en betrouwbaarheid (omdat gegevens op de blockchain niet kunnen worden gemanipuleerd, kunnen kopers en verkopers vertrouwen op de juistheid van de informatie). Dit betekent dat due diligence niet alleen sneller verloopt, maar ook minder foutgevoelig is. Voor M&A-professionals betekent dit een aanzienlijke besparing in tijd en kosten, terwijl de kwaliteit van het proces verbeterd wordt. Disruptieve waarde van blockchain voor M&A Toepassing van blockchain in M&A is ook om de volgende aspecten relevant en waardevol: Efficiëntie en kostenbesparing: het ouderwetse proces van het bijhouden van aandeelhoudersregisters en het opstellen van leveringsaktes is tijdrovend, duur en gevoelig voor menselijke fouten. Een aandeelhoudersregister raakt kwijt, is onvolledig of de leveringsakte bevat verkeerde nummers. Blockchain kan de noodzaak van tussenpersonen zoals notarissen elimineren, waardoor transactiekosten drastisch worden verlaagd. Betrouwbaarheid, transparantie en zekerheid: een blockchain-gebaseerd register is up-to-date, onveranderlijk en middels een goed systeem altijd benaderbaar en te raadplegen. Dit voorkomt situaties waarin (aandeelhouders)registers onvolledig of verouderd zijn. Flexibiliteit: voor bedrijven die regelmatig kleine plukjes (gecertificeerde) aandelen willen overdragen (bijvoorbeeld bij werknemersparticipaties of belangen in een fonds) biedt blockchain een snelle en veilige oplossing. Decentralisatie: geen afhankelijkheid meer van centrale partijen zoals notarissen of banken. Onveranderlijkheid: gegevens op de blockchain zijn permanent en kunnen niet worden gemanipuleerd. Toegankelijkheid: blockchain maakt het mogelijk om eigendom en activa wereldwijd te verhandelen, zonder de beperkingen van traditionele systemen. Een concreet voorbeeld: via blockchaintechnologie kunnen certificaten van aandelen binnen enkele seconden worden overgedragen tegen minimale kosten. Dit maakt het voor startups en andere bedrijven eenvoudiger om investeerders aan te trekken, zelfs voor kleine bedragen, omdat de transactiekosten verwaarloosbaar zijn en eigendomsrechten direct worden vastgelegd. Conclusie: blockchain als strategisch instrument Blockchain is niet langer een hype, maar een technologie die klaar is om de wereld van fusies en overnames te transformeren. Van het tokeniseren van eigendom tot het automatiseren van contracten en het versnellen van due diligence, de voordelen zijn duidelijk en concreet. Voor M&A-professionals betekent dit niet alleen een efficiënter proces, maar ook een concurrentievoordeel in een steeds sneller veranderende markt. Studio M&A La Gro Heeft u vragen over de toepassingen van blockchain in M&A? Of wilt u meer weten over hoe deze technologie uw transacties kan verbeteren? Kom dan naar ons event Studio M&A La Gro op 19 juni 2025 en ontdek hoe blockchain uw M&A-processen kan transformeren. Houd ook onze website en verdere posts in de gaten.