Publicaties

Gerard Zuidgeest
Gerard Zuidgeest
Advocaat
Wet overgang failliete onderneming
Bij overgang van onderneming treden werknemers van rechtswege in dienst van de verkrijger, tegen dezelfde arbeidsvoorwaarden. In geval van faillissement geldt een uitzondering: bij voortzetting na faillissement gaan werknemers niet van rechtswege over. De verkrijger kan dan zelf kiezen welke werknemers hij een arbeidsovereenkomst wil aanbieden en onder welke arbeidsvoorwaarden. Deze uitzondering kan ook gelden als een voortzetting na faillissement (ver) van tevoren wordt voorbereid, mits er een wettelijke basis is voor een dergelijke ‘pre-pack’. Een dergelijke wettelijke basis ontbreekt op dit moment nog in Nederland. Reeds in 2016 werd de Wet continuïteit ondernemingen, met daarin een wettelijke basis voor de pre-pack, in de Tweede Kamer aangenomen, maar dat voorstel werd in afwachting van het Wetsvoorstel overgang van onderneming in faillissement (“Wovof”) nog niet tot wet. Het wetsvoorstel Wovof is nu gepubliceerd en in internetconsultatie gegaan. Het ligt zodoende in de lijn der verwachting dat de pre-pack als zodanig snel wettelijk geregeld zal zijn. De Wet overgang failliete onderneming regelt dat de verkrijger bij voortzetting na faillissement in principe alle ontslagen werknemers een arbeidsovereenkomst  moet aanbieden tegen ongewijzigde arbeidsvoorwaarden. Bepaalde arbeidsvoorwaarden kunnen echter veranderen, als dat nodig is voor het behoud van werkgelegenheid. Als binnen 26 weken arbeidsplaatsen zullen vervallen – dat komt bij overnames geregeld voor – hoeft de verkrijger alleen een aanbod te doen voor beschikbare functies, met selectie via het inspiegelingsbeginsel (het tegenovergestelde van het afspiegelingsbeginsel). Als een werknemer niet mee over gaat, is diegene niet meer gebonden aan eventuele concurrentiebedingen. Ten slotte moet de ondernemingsraad over deze gang van zaken een adviesrecht krijgen. Voor kleinere ondernemingen (minder dan 20 werknemers) gaan de nieuwe regels voorlopig alleen facultatief gelden. Heeft u vragen? Wilt u meer weten over overgang van onderneming? Wilt u uw onderneming verkopen of vreest u een faillissement? Heeft u een andere vraag? Met expertise op achttien rechtsgebieden denkt La Gro graag breed met u mee. Neem contact op met Gerard Zuidgeest of met één van onze andere specialisten.
Gerard Zuidgeest
Gerard Zuidgeest
Advocaat
De Hoge Raad verduidelijkt Xella-beschikking
Langdurige ziekte van een werknemer kan een grondslag vormen voor opzegging van de arbeidsovereenkomst, mits: de wettelijke (eventueel verlengde) loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte (‘de wachttijd’) is doorlopen, en aannemelijk is dat herstel en het uitvoeren van aangepast werk niet in de rede liggen. Gaat de werkgever tot opzegging over, dan is daarbij de wettelijke transitievergoeding verschuldigd. De verleiding bestaat dan ook om de arbeidsovereenkomst niet op te zeggen, maar ‘slapend’ te laten voortbestaan, zonder financieel af te wikkelen; loon is na afloop van de wettelijke ziekteperiode immers niet meer verschuldigd. In 2019 oordeelde de Hoge Raad dat een werkgever uit hoofde van goed werkgeverschap moet instemmen met het voorstel van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. Dit is alleen niet verplicht als de werkgever nog een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst, zoals bij het bestaan van reële re-integratiemogelijkheden. Het naderen van de pensioengerechtigde leeftijd is in dat kader geen gerechtvaardigd belang. Eind maart 2024 verduidelijkte de Hoge Raad dat een beroep op zo’n uitzondering moet worden beoordeeld op het moment dat de werknemer het verzoek tot beëindiging doet. Bij deze beoordeling moeten ook relevante feiten en omstandigheden van vóór en na het voorstel worden meegenomen. Overigens compenseert het UWV vaak de transitievergoeding die aan een langdurig zieke werknemer wordt betaald. De transitievergoeding moet dan wel berekend worden tegen de datum waarop de wachttijd afliep (en bijvoorbeeld niet tegen de daadwerkelijke beëindigingsdatum). Anders betaalt de werkgever meer dan hij gecompenseerd krijgt. In het coalitieakkoord van 16 mei 2024 is voorgenomen deze regeling te wijzigen, maar concreet is dat voornemen nu nog niet. Wij schreven hier ook over in ons kwartaalsignaal van juli 2024 . Heeft u vragen? Heeft u vragen over een zieke werknemer of compensatie van transitievergoeding door het UWV? Heeft u een andere vraag? Met expertise op achttien rechtsgebieden denkt La Gro graag breed met u mee.  Neem dan vooral contact op met Gerard Zuidgeest of één van mijn collega-experts.