Ontwerp zonder titel (12)

Bouwrecht

De bouwsector is volop in beweging. Met ambitieuze bouwopgaven en toenemende aandacht voor klimaatverandering, natuur, milieu en verduurzaming, wordt de wet- en regelgeving steeds complexer. Ons bouwrechtteam helpt u bij deze uitdagingen en biedt praktische oplossingen voor juridische vraagstukken in elke fase van het bouwproces. 

Ons team

Onze werkwijze

Wij schakelen snel, denken mee over de koers en geven helder, toepasbaar advies. Ons team verdiept zich in uw organisatie en doelen, zodat wij advies op maat kunnen bieden. Of het nu gaat om strategisch advies, contractvorming of geschillenbeslechting, wij zorgen voor een soepel en efficiënt juridisch proces. 

Onze ervaring

Al ruim honderd jaar adviseert ons kantoor onder andere aannemers, architecten, bouwbegeleiders, constructeurs, ontwikkelaars en overheden over al hun bouw gerelateerde vraagstukken. Van het opstellen van aanbestedings– en projectdocumentatie, het begeleiden van aanbestedingen en het toetsen of opstellen van bouwcontracten tot het bijstaan in procedures bij de overheidsrechter en de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen.   

Onze kracht

Onze kracht ligt in de combinatie van diepgaande kennis van het bouwrecht en ervaring met zowel publieke als private partijen. Wij begrijpen de dynamiek van bouwprojecten en weten hoe we juridische trajecten soepeler en sneller kunnen laten verlopen. Zo zorgen wij voor concrete oplossingen die aansluiten bij uw ambities. 

Bouwprojecten

Bij bouwprojecten spelen juridische vraagstukken zoals bouwcontracten, vergunningen en geschillen een grote rol. Ons bouwrechtteam biedt ondersteuning bij onder andere: 

  • Contractvorming: Opstellen en beoordelen van verschillende soorten bouwcontracten aan de hand van diverse sets algemene voorwaarden zoals de UAV 2012, UAV-GC 2005 en DNR 2013 
  • Aanbestedingen: Begeleiding bij aanbestedingsprocedures en het opstellen van aanbestedingsdocumentatie. 
  • Geschillenbeslechting: Voorkomen en oplossen van conflicten via minnelijke regelingen, arbitrageprocedues (bijvoorbeeld bij de Raad van Arbitrage) of procedures bij de overheidsrechter. 
  • Vergunningen en regelgeving: Advies over vergunningverlening, milieueffectrapportages en naleving van regelgeving. 

Multidisciplinaire samenwerking 

Bouwprojecten raken vaak meerdere rechtsgebieden. Daarom werkt ons bouwrechtteam nauw samen met andere teams binnen ons kantoor, zoals vastgoedrecht, aanbestedingsrecht, bestuursrecht en mededingingsrecht. Deze multidisciplinaire aanpak stelt ons in staat u in elke fase van het bouwproces volledig te ondersteunen. 

Hiervoor kunt u bij ons terecht

Bij bouwprojecten is een solide juridische basis essentieel. Wij ondersteunen bij het opstellen en beoordelen van diverse bouwcontracten zoals bouwteamovereenkomsten en aannemingsovereenkomsten aan de hand van verschillende sets algemene voorwaarden zoals de UAV 2012, UAV-GC 2005, ALIB, AVA 2023, Bouwgarant en DNR 2013. Ons team zorgt ervoor dat contracten en voorwaarden volledig aansluiten bij uw project en de betrokken partijen. 

Wij begeleiden u bij aanbestedingsprocedures en het opstellen van projectdocumentatie. Of het nu gaat om openbare of onderhandse aanbestedingen, wij zorgen voor een juridisch correcte en strategische aanpak. Onze expertise omvat ook het toetsen van aanbestedingsstukken en het begeleiden van geschillen rondom gunningen. 

Conflicten binnen bouwprojecten kunnen complex en kostbaar zijn. Ons bouwrechtteam helpt u bij het voorkomen van geschillen en biedt ondersteuning bij arbitrageprocedures (bijvoorbeeld bij de Raad van Arbitrage of het Nederlands Arbitrage Instituut) of procedures bij de rechter. Wij streven naar praktische en duurzame oplossingen die uw belangen beschermen. 

De bouwsector wordt geconfronteerd met strenge wet- en regelgeving. Wij adviseren over vergunningverlening, milieueffectrapportages en naleving van regelgeving, zoals de Omgevingswet. Daarnaast ondersteunen wij bij procedures rondom bouwvergunningen en bestemmingsplannen, zodat uw project juridisch goed is verankerd. 

Bij projectontwikkeling en samenwerkingen komen veel juridische aspecten kijken. Wij adviseren over intentieovereenkomsten, samenwerkingsovereenkomsten en ontwikkelings- en exploitatieovereenkomsten. Ons team helpt u bij het realiseren van nieuwbouw, herontwikkeling en verduurzaming, met oog voor zowel juridische als commerciële belangen. 

Publicaties

Niek Hoogwout 1
Niek Hoogwout
Advocaat
Aanneming van werk/bouwrecht: algemene voorwaarden, lekker makkelijk (of toch niet?)
Op 1 juli 2026 heeft de rechtbank Amsterdam een eerste uitspraak gedaan in een geschil over een door een opdrachtgever niet betaalde aanneemsom (hierna: de opdrachtgever). Aan de orde was de vraag of de rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van het geschil tussen partijen en zo ja, of de rechtbank Amsterdam dan de juiste rechtbank is. Die vraag hangt samen met verschillende voorwaarden die volgens partijen van toepassing zijn op de overeenkomst. Afhankelijk van welke voorwaarde van toepassing is, is de rechtbank Amsterdam, de rechtbank Den Haag of de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen in Utrecht bevoegd om het geschil te beoordelen.  Waarom algemene voorwaarden? In de bouw worden vaak algemene voorwaarden gebruikt. Algemene voorwaarden worden gebruikt om, onder andere, tijd te besparen. De gedachte is dat de aannemer dan niet iedere keer allerlei standaard bepalingen opnieuw in de overeenkomst hoeft op te nemen. Bijvoorbeeld waar een geschil aangebracht moet worden als partijen een discussie hebben over uitvoering van de overeenkomst. Voor de opdrachtgever heeft het gebruik van algemene voorwaarden in principe ook voordelen, omdat de afspraken tussen partijen dan – als het meezit – duidelijk worden vastgelegd. Alleen: er zijn in de bouw héél veel algemene voorwaarden gangbaar. En daar ging het in deze zaak mis. Waar ging de zaak over? Een particuliere opdrachtgever wilde haar woning laten verbouwen. Met het oog daarop heeft de opdrachtgeefster een architect ingeschakeld (Now A Design). De architect heeft ten behoeve van de verbouwing een Technische Omschrijving opgesteld met wat er gedaan moest worden. In de Technische Omschrijving heeft de architect verwezen naar de STABU-Standaard 2012. Dat zijn standaard voorwaarden waarin gebruik wordt gemaakt van een vaste standaard indeling voor bepaalde bouwwerkzaamheden. Daarnaast wordt in de STABU verwezen naar de UAV-2012, een andere set algemene voorwaarden met algemene bepalingen over, bijvoorbeeld, wanneer de bouw moet beginnen, de oplevering, eventueel meerwerk en de instantie die geschillen moet beslechten: de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen. De opdrachtgeefster heeft daarna een aannemer benaderd. Met de aannemer heeft de opdrachtgeefster een (eerste) ‘Overeenkomst aanneming van werk in regie’ gesloten. In die overeenkomst werd verwezen naar de algemene voorwaarden van de aannemer. Aangegeven werd verder dat, bij strijdigheid tussen de overeenkomst en andere contractstukken, de overeenkomst prevaleerde. Op verzoek van de opdrachtgeefster heeft de aannemer daarna een calculatie opgesteld met de prijs voor de verschillende onderdelen van het werk zoals beschreven in de Technische Omschrijving van de architect. In de calculatie werd opnieuw verwezen naar de algemene voorwaarden van de aannemer. Ook werd verwezen naar de Technische Omschrijving van de architect. Daarnaast werd aangegeven dat de ‘UAV 2012 van toepassing’ is. Partijen zijn vervolgens een (volgende) ‘Overeenkomst aanneming van werk in regie’ aangegaan, waarin werd verwezen naar de calculatie van de aannemer en naar de Technische Omschrijving van de architect. In de overeenkomst werd verder bepaald dat de algemene voorwaarden van de aannemer van toepassing waren en dat bij strijdigheid tussen de overeenkomst en andere contractstukken de overeenkomst prevaleerde. De aannemer gaat daarna voortvarend aan de slag. Omdat (volgens de aannemer) op enig moment 3 termijnen ad per saldo € 760.985,24 onbetaald waren is de aannemer een procedure begonnen bij de rechtbank Amsterdam. De opdrachtgeefster voerde daar (‘voor alle weren’) verweer tegen en stelde dat de rechtbank Amsterdam niet bevoegd was om kennis te nemen van het geschil, omdat partijen de UAV 2012 zouden zijn overeengekomen en dat het geschil daarom moest worden voorgelegd aan de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen. Volgens de aannemer is het arbitraal beding/de geschillenclausule in de UAV 2012 onredelijk bezwarend, omdat de opdrachtgever een particulier is. Bovendien zijn volgende de aannemer haar algemene voorwaarden van toepassing, zodat de rechtbank Amsterdam bevoegd zou zijn (en dus niet de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen). Wat is het oordeel van de rechtbank? Beroep op UAV 2012 onterecht De rechtbank oordeelt met betrekking tot de bevoegdheid dat de opdrachtgeefster niet heeft aangetoond dat de UAV 2012 van toepassing zijn verklaard op de aannemingsovereenkomsten. In beide aannemingsovereenkomsten worden de UAV 2012 niet van toepassing verklaard. De algemene voorwaarden van de aannemer worden daar wel in genoemd. Dat de UAV 20012 ook zijn overeengekomen is niet gebleken. Dat in andere stukken wel naar de UAV 2012 wordt verwezen, maakt dat niet anders. Als het de bedoeling van partijen was geweest om (ook) de UAV 2012 van toepassing te verklaren op de aannemingsovereenkomsten, dan had het voor de hand gelegen om dat op te nemen in het artikel in de aannemingsovereenkomst(en) dat de toepasselijkheid van algemene voorwaarden regelt. Daar worden nu alleen de algemene voorwaarden van de aannemer genoemd. De opdrachtgeefster wordt daarom in het ongelijk gesteld in het bevoegdheidsincident. Rechtbank Amsterdam (ook) onbevoegd? Daarmee is niet gezegd dat de aannemer het geschil bij de juiste rechtbank heeft aangebracht. De aannemer heeft de zaak voorgelegd aan de rechtbank Amsterdam. Die rechtbank constateert dat in de door partijen van toepassing verklaarde algemene voorwaarden van de aannemer wordt bepaald dat geschillen tussen partijen, naar keuze van de aannemer, moeten worden voorgelegd aan hetzij de rechtbank Den Haag, dan wel de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen. Naar verwachting is de rechtbank Amsterdam daardoor (ook) niet bevoegd om kennis te nemen van het geschil tussen partijen. Partijen moeten zich daarover in het vervolg van de procedure nog uitlaten. De uitkomst daarvan is nog niet bekend. Belang voor de praktijk Uit deze uitspraak blijkt maar weer het belang van heldere en duidelijke afspraken tussen partijen. Met duidelijke afspraken kan een zogenaamde ‘battle of forms’ worden voorkomen en was het bevoegdheidsincident bij de rechtbank niet nodig geweest. De architect van de opdrachtgeefster en de aannemer hadden dat kunnen voorzien/voorkomen. De tijd en kosten van het bevoegdheidsincident waren dan niet nodig geweest. Heeft u vragen over deze uitspraak of andere vragen op het gebied van Aanneming van werk of Bouwrecht? Neem dan contact op met Niek Hoogwout of één van onze andere specialisten van het team Bouwrecht.
Myrte Scholten
Myrte Scholten
Advocaat
Te laat is te laat? Niet altijd bij vervalbedingen en verborgen gebreken.
Ben je na verloop van een vervaltermijn écht te laat met een claim wegens verborgen gebreken? In een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2026:540) blijkt dat niet het geval. Dura Vermeer sloot met 58 eigenaren van woningen uit Oegstgeest een aannemingsovereenkomst waarop de SWK Garantie- en waarborgregeling 2014 en de daarbij behorende Algemene Voorwaarden van SWK van toepassing waren. Artikel 15 lid 6 van deze voorwaarden bevat een vervalbeding: stel je niet tijdig een rechtsvordering in vanwege een verborgen gebrek? Dan leidt dat tot niet-ontvankelijkheid en heb je in principe dus pech, maar dat gold voor de 58 woningeigenaren uit Oegstgeest niet. Een rechtsvordering uit hoofde van een verborgen gebrek is op grond van artikel 15 lid 6 niet ontvankelijk indien zij wordt ingesteld na verloop van vijf jaren na de garantieperiode van zes maanden die geldt na oplevering. De eisers in deze procedure hebben Dura Vermeer gedagvaard en vorderen schadevergoeding vanwege verborgen gebreken. Dura Vermeer stelde zich op het standpunt dat de laatste opleveringen plaatsvonden in november 2018, zodat de garantietermijn in mei 2019 afliep. Omdat niet vóór mei 2024 is gedagvaard, zou de vervaltermijn van vijf jaar zijn verstreken en zouden de vorderingen van eisers niet-ontvankelijk zijn. Daar denkt de rechtbank anders over. Waarom? Onder meer omdat Dura Vermeer al in 2020/2021 op de hoogte was gebracht van de gebreken en ook bij een groot aantal woningen opnames heeft gedaan. De ratio van contractuele vervaltermijnen is dat klachten over vermeende gebreken binnen een redelijke termijn na ontdekking worden gemeld. In dit geval had Dura Vermeer dus geen belang meer bij een beroep op overschrijding van de vervaltermijn. Een ander belang is ook niet naar voren gebracht. Dus oordeelde de rechtbank: als sprake zou zijn van een schending van de vervaltermijnen, dan zou het beroep hierop door Dura Vermeer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Deze uitspraak bevestigt dat vervalbedingen geen onbeperkte bescherming bieden aan aannemers en dat “te laat” niet altijd daadwerkelijk te laat is. Wat betekent dit in de praktijk? Hoewel vervaltermijnen een belangrijk uitgangspunt blijven, laat deze uitspraak zien dat een claim na verloop van de vervaltermijn niet kan worden uitgesloten. Met name de vraag of een aannemer al eerder op de hoogte was van gebreken kan daarbij een rol spelen. Meer weten over dit onderwerp of benieuwd wat dit voor uw situatie kan betekenen? Neem gerust contact op met één van onze vastgoedspecialisten.
Niek Hoogwout 1
Niek Hoogwout
Advocaat
De DNR 2025 – sneller contracteren door een betere rolverdeling
De bouw- en ontwerppraktijk verandert snel: digitalisering, nieuwe wet- en regelgeving en complexere samenwerkingen vragen om duidelijke afspraken. Daarom hebben brancheverenigingen de Koninklijke Bond van Nederlandse architectenbureaus (BNA) en Koninklijke NLingenieurs in december 2025 de DNR 2025 gemoderniseerd en gestroomlijnd. Waarom deze herziening? Sinds de laatste herziening in 2013 wees de praktijk uit dat de DNR steeds vaker, door voornamelijk opdrachtgevers, werd aangepast of “opengebroken” in onderhandelingen over de contractvorming. Dat kost tijd, verhoogt transactiekosten en maakt risico’s minder voorspelbaar. De DNR 2025 is daarom bedoeld om contractvorming eenvoudiger en sneller te maken, met een set gestroomlijnde algemene voorwaarden, die beter aansluit bij de huidige praktijk. Een greep uit de wijzigingen en toevoegingen Een in het oog springende verduidelijking is hoe de DNR 2025 omgaat met de rol van medewerkers binnen een architecten- of ingenieursbureau. Met het uitsluiten van art. 6:162 BW, 7:404 BW en 7:407 lid 2 BW, bepaalt de DNR 2025 dat de opdracht uitsluitend wordt geacht te zijn verstrekt en aanvaard door het bureau als rechtspersoon, en niet door een individuele medewerker, bestuurder of aandeelhouder. In de DNR 2025 is het beëindigen van een opdracht overzichtelijker gemaakt: de financiële gevolgen zijn nu samengebracht onder één bepaling. De kern is echter onveranderd: zegt de adviseur op zonder- of vanwege een bij hem gelegen grond, is de opdrachtgever gerechtigd 10% van de verschuldigde vergoeding te verminderen. Wanneer het juist de opdrachtgever is die opzegt zonder- of vanwege een bij hem gelegen grond, is de adviseur op zijn beurt weer gerechtigd om 10% bovenop de verschuldigde vergoeding te vorderen. De DNR 2025 speelt ook zichtbaar in op de digitale realiteit waarin ieder project zich tegenwoordig bevindt en waarbij veel gebruik wordt gemaakt van data, cloudomgevingen en online samenwerking. Privacy en informatiebeveiliging zijn daarom niet langer bijzaak, maar een expliciet onderdeel van de opdracht. Partijen moeten voldoen aan toepasselijke privacywetgeving – waaronder in het bijzonder de AVG – en dienen op grond daarvan de vereiste maatregelen te nemen om persoonsgegevens te beschermen. Tevens wordt de aansprakelijkheid van de adviseur uitgesloten voor schade wegens ‘cyberincidenten’, zoals datalekken of gehackt worden, waartegen hij alle redelijkerwijs te nemen maatregelen heeft genomen. Wanneer de adviseur optreedt als kwaliteitswaarborger in de zin van de Wet op kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), bevat de DNR 2025 een specifieke omschrijving van de taken en verantwoordelijkheden die de adviseur in deze rol heeft. De adviseur heeft een onafhankelijke taak om te toetsen en te rapporteren, maar zijn rol staat, publiekrechtelijk, nadrukkelijk níet gelijk aan die van ontwerper, toezichthouder of aannemer. Wat de DNR 2025 ook duidelijk maakt is dat de adviseur geen alleskunner is met oneindige aansprakelijkheid. Zo heeft de adviseur geen verantwoordelijkheid voor het verkrijgen van publiekrechtelijke toestemmingen en vergunning, noch is hij verantwoordelijk voor de inhoud, kwaliteit of rechtmatigheid van het ontwerp. Kortom, de adviseur-kwaliteitswaarborger draagt verantwoordelijkheid voor zijn eigen werkterrein, niet voor zaken die buiten zijn invloedssfeer liggen. Niets nieuws? Wie denkt dat de DNR 2025 ‘niets nieuws onder de zon’ is, heeft het dus mis. Niet alleen omdat de regeling is gemoderniseerd, maar omdat zij expliciet is ontworpen om beter aan te sluiten bij de bouwpraktijk van vandaag. Wilt u weten wat de DNR 2025 concreet betekent voor uw contracten en projecten? Of heeft u andere vragen over deze voorwaarden? Onze specialisten Bouwrecht denken graag met u mee.
Niek Hoogwout 1
Niek Hoogwout
Advocaat
Duurzaam bouwen vraagt om heldere afspraken en een integrale visie
Onderstaande is op 27 juni 2025 gepubliceerd in de verdiepingsbijlage bij het FD.  Duurzaam bouwen is meer dan een optelsom van goede bedoelingen en innovatieve technieken. Zeker vanuit juridisch perspectief. In die context speelt ook het belang van heldere afspraken en een weloverwogen integrale visie. Dat klinkt logisch, maar de praktijk blijkt soms weerbarstig.  Van papieren ambitie naar harde afspraken Duurzaam en toekomstbestendig bouwen staat bij veel partijen hoog op de agenda, maar ambitie en uitvoering lopen vaak uiteen. ”We zien te vaak dat inschrijvende partijen aanbestedingen winnen door meer te bieden dan de gestelde duurzaamheidseisen, maar dat de aanbestedende diensten vervolgens nalaten die eisen ook daadwerkelijk in het contract vast te leggen”, stelt Niek Hoogwout, partner bouw- en aanbestedingsrecht bij advocatenkantoor La Gro. Door die omissie komt de vooraf geplande meerwaarde – zoals extra WKO-installaties of circulaire oplossingen – vaak niet tot uitvoering als het project loopt.  Volgens Hoogwout is het de rol van de jurist om die kloof te dichten. ”Of het nu gaat om energieprestatie, materiaalgebruik of CO₂-reductie, het juridische uitgangspunt is eenvoudig: leg afspraken vast en zorg vervolgens dat het contractmanagement op orde is”, merkt hij op. “De uitdaging is om de concrete invulling en meetbaarheid van duurzaamheid juridisch te borgen. Dat vraagt om maatwerk en precisie, zeker bij complexe projecten. Maar in de haast of door onwetendheid wordt het vaak vergeten.  Nieuwe wetgeving, nieuwe kansen – en onzekerheden  De komst van de Omgevingswet biedt gemeenten nieuwe mogelijkheden om duurzaamheid juridisch af te dwingen. “Onder de oude wetgeving stond de goede ruimtelijke ordening centraal. Nu gaat het om de fysieke leefomgeving. Dat begrip is veel breder en omvat ook duurzaamheid. Gemeenten kunnen nu door middel van gebodsbepalingen expliciet eisen stellen op het gebied van duurzaamheid in hun omgevingsplan. Dat opent geheel nieuwe mogelijkheden”, vertelt Coline Norde, Partner bestuurs- en omgevingsrecht, La Gro.  Veel overheden benutten deze nieuwe ruimte en instrumenten (nog) niet, zo signaleert Norde in haar werk voor meer dan twintig overheden. Diverse procedures vallen nog onder het oude recht en het werken met een omgevingsplan is vaak nog onbekend. De transitie naar het nieuwe recht is nog in volle gang. In april 2025 toetste de Raad van State voor het eerst een wijzigingsbesluit van een omgevingsplan, afkomstig van de gemeente Amsterdam. Hierover moeten al vóór de start van het project duidelijke afspraken gemaakt worden. Wie draagt het risico als de aansluiting niet volgens planning gaat? Naar verwachting zullen andere gemeenten de systematiek van dit besluit volgen, wat zal leiden tot meer aangepaste omgevingsplannen. Het zal nog enige tijd duren voordat duurzaamheidseisen in omgevingsplannen worden opgenomen, verwacht Norde.  Stikstof en netcongestie  De stikstofproblematiek is een veelbesproken hindernis in de bouwwereld. Nieuwe rechtspraak maakt dit niet makkelijker. Bij veel bouwprojecten werd gebruikgemaakt van intern salderen. Hierbij wordt de stikstofdepositie van de bestaande (vergunde) situatie afgetrokken van de stikstofdepositie van de nieuwe situatie. “Door een wijziging in de rechtspraak eind 2024 zijn de mogelijkheden om intern te salderen beperkt. Dat vereist een nadere motivering, de zogenoemde additionaliteitstoets. Dat maakt het verkrijgen van vergunningen voor nieuwe bouwprojecten een stuk moeilijker”, vertelt Norde.  Naast de stikstofproblematiek is ook netcongestie een grote uitdaging voor nieuwe ontwikkelingen. “Bouwers kunnen in de problemen komen met hun opleverdatum als een nieuw pand niet tijdig aangesloten kan worden op het elektriciteitsnetwerk”, aldus Hoogwout. Naar verwachting zullen andere gemeenten de systematiek van dit besluit volgen, wat zal leiden tot meer aangepaste omgevingsplannen. Het zal nog enige tijd duren voordat duurzaamheidseisen in omgevingsplannen worden opgenomen, verwacht Norde. Diverse procedures vallen nog onder het oude recht en het werken met een omgevingsplan is vaak nog onbekend. De transitie naar het nieuwe recht is nog in volle gang. In april 2025 toetste de Raad van State voor het eerst een wijzigingsbesluit van een omgevingsplan, afkomstig van de gemeente Amsterdam. Hierover moeten al vóór de start van het project duidelijke afspraken gemaakt worden. Wie draagt het risico als de aansluiting niet volgens planning gaat?  Positieve trends  Toch zijn er ook positieve trends zichtbaar, zoals de toenemende waardering van duurzaamheid in de markt. Hoogwout adviseert aan bedrijven die willen investeren in duurzame gebouwen: kijk verder dan de minimale wettelijke vereisten. “Een gebouw met een BREEAM Excellent-score is niet alleen duurzamer, maar ook waardevaster. Op termijn betaalt dat zich altijd terug, terwijl een duurzaam gebouw ook vandaag al meer rendement oplevert: huurders laten bij vestigingskeuze steeds vaker de kwaliteit en de duurzaamheid van het pand meewegen.”  Norde wijst op de opkomende trend van uitnodigingsplanologie, waarbij overheden zich uitnodigend opstellen tegenover ontwikkelaars. “In het verleden werd gebruik gemaakt van toelatingsplanologie met afgebakende kaders over wat op een locatie mag. Uitnodigingsplanologie biedt veel meer vrijheid voor nieuwe initiatieven en innovatie”, legt Norde uit. Met uitnodigingsplanologie is al geëxperimenteerd op de Binckhorst in de gemeente Den Haag en het Hembrugterrein in de gemeente Zaanstad. Hoogwout en Norde benadrukken dat een integrale visie en oog voor de bestaande omgeving cruciaal zijn om tot het gewenste eindresultaat te komen. “Je ziet dat duurzame investeringen het meeste effect hebben als ze deel uitmaken van een integrale visie – juridisch, stedenbouwkundig en maatschappelijk”, aldus Hoogwout. 
Niek Hoogwout 1
Niek Hoogwout
Advocaat
Annotatie Tijdschrift voor Bouwrecht: eerste uitspraak na het Didam II-arrest
Voor het Tijdschrift voor Bouwrecht (TBR 2025/73), heeft oud-collega Marnix van Hemert een annotatie geschreven bij de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 17 december 2024 (ECLI:NL:OGHACMB:2024:256). De uitspraak betreft de eerste uitspraak na het Didam II-arrest in het Caribisch gebied, die ingaat op het spanningsveld tussen maatschappelijk gegroeide rechten en de Didam-regels op Curaçao. In de annotatie toetst Marnix de privaatrechtelijke verhandelbaarheid van schaarse rechten aan de juridische grondslag voor het bieden van mededingingsruimte conform de Didam-regels. Ook gaat Marnix tevens in op de wenselijkheid van Didam-beleid voor overheidslichamen. In de annotatie wordt door Marnix betoogd dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in de onderhavige kwestie niet naar behoren zijn nageleefd en derhalve niet stroken met de Didam-regels, omdat er in de voorliggende kwestie sprake is van de privaatrechtelijke verhandelbaarheid van een schaars recht tussen private partijen, zonder tussenkomst van een overheidslichaam, noch van toepassing van de Didam-regels, bij gebreke van specifiek Didam-beleid. De privaatrechtelijke verhandelbaarheid van schaarse rechten lijkt niet te stroken met de verplichtingen voor overheidslichamen voortvloeiende uit de Didam-arresten. Om die reden, doet Marnix de aanbeveling dat de Caribische landen van het Koninkrijk duidelijke procedurele regels voor gronduitgifte dienen opstellen in lijn met het Didam-arrest. Afsluitend betoogt Marnix de wenselijkheid van zorgvuldig opgesteld Didam-beleid, ter voorkoming van het ad hoc moeten conformeren aan de Didam-regels, alsmede om het gronduitgiftebeleid van overheidslichamen toekomstbestendig te maken. Bij interesse in de annotatie of naar uw mogelijkheden op grond van het Didam-arrest, neem dan vooral vrijblijvend contact op met Niek Hoogwout. 
Rosalie Geurtsen 2 – La Gro
Rosalie Geurtsen
Advocaat
Belangrijkste wijzigingen in de UAV-GC 2025
Eerder hebben wij gemeld dat de UAV-GC 2025 vanaf 14 januari 2025 beschikbaar is, samen met een nieuw model Basisovereenkomst en een herziene toelichting. De nieuwe UAV-GC 2025 is inmiddels door de CROW gepubliceerd. Hieronder lichten wij kort de belangrijkste wijzigingen uit de UAV-GC 2025 toe. Verplichting tot proactief gedrag en interactie (§ 2a UAV-GC 2025) Partijen worden verplicht zich voorafgaand en tijdens de werkzaamheden proactief op te stellen en met elkaar te communiceren. Deze verplichting is juridisch niet afdwingbaar, maar kan bij niet-nakoming van (andere) verplichtingen wel een rol spelen. Informatie van de opdrachtgever (§ 4 UAV-GC 2025) Opdrachtnemer moet zijn werkzaamheden afstemmen op de bestaande toestand. In de UAV-GC 2005 gold deze verplichting enkel voor afstemming van de geotechnische bodemgesteldheid. In de nieuwe versie van de UAV-GC geldt deze verplichting voor alle omgevingsfactoren die relevant zijn voor het werk. Wijzigingen opdragen door de opdrachtgever (§ 14 UAV-GC 2025) De belangrijkste wijziging houdt in dat opdrachtnemers alvast mogen starten met de uitvoering van wijzigingen als zij vertrouwen hebben dat overeenstemming binnen afzienbare tijd wordt bereikt. Dit moet schriftelijk worden vastgelegd en kan gepaard gaan met aanvullende voorwaarden, zoals een (gedeeltelijke) betaling vooraf, regiebasisafspraken of een bankgarantie. Wijzigingen op initiatief van opdrachtnemer (§ 15 UAV-GC 2025) Hoewel de tekst is aangepast, blijft de essentie ongewijzigd: opdrachtnemers mogen alleen wijzigingen doorvoeren in de specifieke gevallen zoals vastgelegd in de UAV-GC. Aansprakelijkheid voor en na oplevering (§ 28a en 28b UAV-GC 2025) Er wordt in de nieuwe versie duidelijker onderscheid gemaakt tussen aansprakelijkheid van de opdrachtnemer vóór en na oplevering. Voor oplevering: de aansprakelijkheid is beperkt tot zes situaties voor directe en indirecte schade. De aansprakelijkheid voor indirecte schade is bovendien beperkt tot een maximum van 10% van de in de modelovereenkomst vastgelegde prijs voor de realisatie van het werk (hierna: de aanneemsom). Na oplevering: de vervaltermijnen van vijf jaar na oplevering, dan wel 10 jaar na oplevering als sprake is van een ernstig gebrek, zijn ongewijzigd gebleven. Verder wordt in verband met de mogelijkheid om bepaalde schadelijke gevolgen te verzekeren een onderscheid gemaakt in de periode binnen twee jaar na oplevering en de periode daarna: Als het gebrek zich voordoet in de periode binnen twee jaar na oplevering, is de aansprakelijkheid van de opdrachtgever beperkt tot bepaalde vormen van directe en indirecte schade. De aansprakelijkheid van de directe schade is beperkt tot een bedrag van 100% van de aanneemsom. De aansprakelijkheid voor de indirecte schade is wederom beperkt tot een maximum van 10% van de aanneemsom. In de praktijk bleek het lastig om te verzekeren voor de schadelijke gevolgen als een gebrek zich pas later manifesteert. Om die reden wordt de maximale aansprakelijkheid voor de gevallen waarin het gebrek zich voordoet binnen twee jaar na oplevering beperkt tot een maximum van 10% van de aanneemsom met een minimum van € 1.500.000,-. Indien het bedrag van 10% van de aanneemsom lager is dan € 1.500.000,-, geldt het lagere bedrag. Intellectueel eigendom (§ 40a en 40b UAV-GC 2025) Nieuwe bepalingen rond auteursrechten en uitvindingen stimuleren vroege communicatie over intellectueel eigendom in het werk, zodat daarover afspraken gemaakt kunnen worden. Geschiloplossing (§ 47 UAV-GC 2025) Naast arbitrage kunnen partijen nu ook voor een andere methode kiezen, zoals bouwbemiddeling, mediation, de bindend adviesprocedure en de Fast Track Bindend Advies. Partijen maken deze keuze in de (model)aannemingsovereenkomst. UAV-GC: ja of nee? Het is niet simpel op voorhand te zeggen of het toepassen van de UAV-GC geschikt is voor uw situatie. Dat is altijd maatwerk omdat dit afhankelijk is van de aard van het werk en de werkwijze van partijen. Het is belangrijk om zorgvuldig te bepalen welke bepalingen u wilt toepassen en of aanvullende afspraken nodig zijn en of het bijvoorbeeld gewenst is dat de aansprakelijkheid wordt beperkt op de wijze als beschreven in de UAV-GC 2025.   Tot slot In een aparte blog zullen we ingaan op de wijzigingen in de Model Basisovereenkomst. Hebt u vragen over de UAV-GC of andere vragen met betrekking tot bouwcontracten? Neem dan contact op met Rosalie Geurtsen of één van onze andere bouwrecht-specialisten.
Bel: 0172-503 250